kop1

Wie ben ik

Ik ben Ingrid Mispelblom Beyer en getrouwd met Geert. Samen zijn wij de ouders van vijf kinderen. De kennis die ik verworven heb, komt uit de praktijk en is vrij breed. Dit is mede ontstaan door de diverse werkzaamheden waarbij ik betrokken ben (geweest) zoals nazorg, mantelzorg, buddyzorg en deelname aan landelijke projecten t.b.v. deskundigheidsvergroting gericht op de praktijk. 
In de loop der jaren heb ik mij ontwikkeld tot een fulltime praktijkdeskundige. Gaandeweg leerde ik  oplossingsgericht te denken, te werken en vooral creatief te zijn.  

Kinderen en communicatie

Onze wens was  kinderen een veilig thuis bieden. In 1983 en 1988 kregen wij onze vijf kinderen in de leeftijden van 3 t/m 8 jaar. Daarnaast waren we gedurende een aantal jaren  weekend-vakantie-en  gastgezin voor kinderen in de leeftijd tussen 5 en 20 jaar.    
Vele jaren heb ik mij bezig gehouden met de realisatie van de kennis en deskundigheidsbevordering rond het thema Gehechtheid bij mensen met een verstandelijke beperking. Dit heeft ertoe geleid dat het boek 'Onveilig gehecht of hechtingstoornis' tot stand gekomen is in 2005. Een van de zaken waar ik initiator van ben geweest. Ook heb ik samen met  deskundigen praktijkgerichte voorlichting gegeven door het bieden van handvatten aan medewerkers in de zorg en voor studenten van diverse opleidingen. Momenteel doe ik mee aan diverse onderzoeken. 

Ik houd  mij ook nog bezig met enkele projecten welke betrekking hebben op het gebied van de 'Langdurige Nazorg rond adoptie'en een project 'Doorontwikkeling en evaluatie van Samenwerken in de Driehoek, ter verbetering van sociale veiligheid en hechting van mensen met verstandelijke beperking: een vruchtbare samenwerking tussen cliënt, familie en professional'.
Daarnaast schrijf ik columns en boekjes. 

Vrijwilligerswerk

Al vele jaren ben ik vrijwilliger bij diverse organisaties geweest. Zoals:

  • 10 jaar bestuurslid  bij de V44 vereniging (oldtimerclub) als activiteitencoördinator en eindredacteur van het V44 bulletin.
  • actief lid en initiator van diverse grote landelijke ouderverenigingen.
  • vrijwilliger voor de vereniging Wereldkinderen (adoptie vereniging).
    Organiseerde sponsorfietstochten, verzorgde redactiewerk en zette mij in voor de nazorg. 
  • etc.

Gaandeweg ben ik mij meer gaan richten op de zorg rond mensen met een verstandelijke beperking, ouderen e.a.. 


Nazorg


In 1989 werd ik door de WAN (Wegwijzer Adoptie Nazorg) benaderd om de nazorgwerkgroep Nerva ( ouders adviseren ouders) een doorstart te helpen geven. 
Dit werk heb ik ruim twaalf jaar met plezier gedaan. Dat heeft ertoe bijgedragen dat ik inzicht leerde krijgen wat er zoal speelt aan de ‘zware kant' van adoptie. 
We ontdekten bijvoorbeeld hoe weinig er  bekend was over het aantal kinderen dat met een verstandelijke beperking geadopteerd is. Ook ontdekten wij waar het aan kennis ontbrak op welke wijze deze kinderen begeleid konden en kunnen worden of naar wie we de ouders konden doorverwijzen.
Gaandeweg stelden wij onze eigen sociale kaart samen.

Een recent onderzoek laat zien dat de vraag om langdurige nazorg bij ouders nog steeds actueel is. Zie : Projecten 

Na Nerva ben ik mij meer gaan richten op de kennis en de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking of ontwikkelingsachterstand in combinatie met de Gehechtheid. Tegelijk neemt de belangstelling toe rond het onderwerp Grensoverschrijdend gedrag dat veel raakvlakken vertoont met de gehechtheid. Een logisch gevolg wanneer er gesproken wordt over vroege verwaarlozing, maar wat tegelijkertijd ook tot vervelende misverstanden kan leiden wanneer er sprake is van vermoedens van grensoverschrijdend gedrag.
Want wat is er nu werkelijk gaande?   

Met behulp van de Federatie van Ouderverenigingen (FvO) groeide het inzicht dat niet alleen adoptie ouders te maken kunnen hebben met de gehechtheidsproblematiek, maar dit ook een aandachtsgebied is binnen de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Naar schatting zou dit volgens de ouderverenigingen 75% van de mensen betreffen. Zover ons bekend is er nog geen onderzoek naar gedaan.

Voorgaande leidde tot de opzet van diverse netwerken waarvan ik (mede-) initiator ben (geweest), zoals:

  • Het SPD (nu MEE)-netwerk.
    Dit netwerk is samen met Mineke Booij (SPD) en Monique Hofman (SPD) opgezet en  heeft vijf jaar bestaan. Er werden studiedagen voor SPD- medewerkers samen met de praktijk (ouders) georganiseerd.
     
  • Het oudernetwerk OverSchatten.
    Dit netwerk is opgericht in 2000 samen met Piek Stor en Dorien Kloosterman ( toen: Philadelphia support/ nu Sien) en heeft negen jaar bestaan.
    Het netwerk organiseerde ouderbijeenkomsten en studiedagen voor ouders en deskundigen. Ook hield het netwerk regelmatig enquetes onder haar leden, zodat inzicht verkregen werd in de zorgvraag van ouders en kinderen e.a.
    Het plan: 'Wonen/ Begeleiden/ Dagbesteding/Medewerkers' is samen met TriAde in 2003 opgezet en lange tijd een leidraad geweest voor organisaties en ouders. 
    En in 2005 is het boek: 'Onveilig gehecht of hechtingstoornis' gerealiseerd. 
     
  • Het hulpverleningsnetwerk Atrium.
    Dit netwerk is opgericht in 2001 samen met Joke Schroten en is in 2015 gestopt.
    Het netwerk bestond uit praktijkdeskundigen en deskundigen.  
    Door het delen van ieders kennis, zijn de praktijk en de deskundigen dichterbij elkaar komen te staan. De meeste deskundigen hebben inmiddels een eigen praktijk. 
     
  • De LinkedIn groep Atrium.
    Deze groep is opgericht op 13 mei 2015 en wordt geleid door Felicia Stoutjesdijk.
     
  • Langdurige Nazorg Adoptie.
    In 1998 zijn we samen met de SPD (MEE)/ Samenwerkende ouderverenigingen gestart met het Maatjesproject voorstel. Dit plan werd ondersteund door de WAN, maar kreeg geen vervolg.     
    In december 2015 hebben wij opnieuw een projectvoorstel gedaan voor het realiseren van Langdurige Nazorg t.b.v. ouders/ afstandouders en geadopteerden. 
     
  • Project Movisie: Sociale veiligheid in  de zorg is niet zo vanzelfsprekend.
    Dit initiatief is gestart in januari 2013 samen met Nico van Oosten (Movisie) en Kristin Janssens, als projectleider van Movisie en sinds 2018 heeft Annet den Hoed (Movisie) zich bij dit project gevoegd.. 
     
  • De informatiesite GoedGehecht.
    Deze site is een informatiesite en opgezet in 2007, werkt belangeloos en daar leest u nu in.

Verder

Naast voorgaande activiteiten, blijft (verhalen) schrijven  tot een van mijn passies horen. In de afgelopen jaren heb ik diverse cursussen gevolgd om mijn kennis met andere schrijfstijlen en onderwerpen te verbreden. 


Aanleiding informatiesite GoedGehecht

Onze oudste drie kinderen zijn de aanleiding voor een deel van mijn activiteiten en waaronder deze site. Toen wij hen in 1983 kregen, bleken alle drie na verloop van tijd een verstandelijke beperking te hebben. Ook bleek er sprake te zijn van gehechtheidsproblematiek.
afbDeze combinatie van problematieken bleek nauwelijks bekend te zijn binnen de hulpverlening voor mensen met een verstandelijke beperking.
In die tijd werd snel gesproken over de term Bodemloos. Dit woord heeft geen wetenschappelijk onderbouwde betekenis en is destijds in het leven gekomen als Onderwerp van een boek. 
Het heeft veel moeite gekost deze term uit de dossiers te laten halen.
Onze visie is dat niemand Bodemloos is. Soms moet je even wat harder op zoek gaan. En dat wil zeggen op zoek gaan naar de mogelijkheden. En die vonden en vinden we nog steeds volop.  

Door de beperkte kennis om ons heen, althans zoals wij dat ervaarden, stonden we er vaak alleen voor. Ook nu nog zijn wij op zoek naar de mogelijkheden. 
Wij zijn ook op zoek gegaan naar informatie, lezen van heel veel boeken, en deden veel navraag bij deskundigen. Zo slaagden wij er in om onze eigen begeleidingsstijl te ontwikkelen.
Naar de kinderen toe, deden we dit ondermeer door actief te leren luisteren en te leren kijken en te begrijpen wat de werkelijke betekenis is van het gedrag (methode J. Heijkoop). Daarnaast gebruiken wij onze intuïtie en leerden daarop te vertrouwen. Een taak die wij op ons genomen hebben, veel inleving en hoge sensitiviteit en heel veel geduld en doorzettingsvermogen vraagt. Maar beslist de moeite waard is. Kortom:

Onze kinderen hebben zich veilig weten te hechten aan ons. 
Er is een basis ontstaan van waaruit je met elkaar verder kan.

Ook creeerden we een netwerk van deskundigen om ons heen, waardoor ook het hulpverleningsgroep Atrium ontstaan is. 

Nadat onze kinderen uit huis zijn gegaan, leerden wij dat samenwerken (werken met de Driehoek/ methode C. Egberts)  met deskundigen noodzakelijk is om kinderen met deze problematieken een zo stabiel en gelukkig mogelijk leven te kunnen blijven bieden!
We meenden dat het een logisch gegeven is, dat je met elkaar de zorg deelt en aan elkaar overdraagt en gebruik maakt van ieders kennis, Want hoe mooi is het om te kunnen leren van elkaar. 
SamenWerken met de Driehoek blijkt helaas niet zo logisch te zijn als wij dachten.Er is dus nog veel te doen.  

Bij twee van onze kinderen slaagden wij erin mensen te ontmoetten die op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect de zorg van ons wilden en konden overnemen. We leerden hierdoor dat loslaten kan, omdat we ervaren dat het goed met ze gaat en men veel zorg aan hen besteed.
Onze kinderen ontwikkelen nog steeds en groeien uit tot mensen met heel veel mogelijkheden. 

Wij hebben ervaren dat :

  • Samenwerken met hulpverleners en begeleiders een reeel en haalbaar doel is.
  • Het belangrijk is open en eerlijk tegenover elkaar te zijn.
  • Door naast elkaar te staan je juist met kinderen die verstandelijk beperkt zijn, zeer veel kunt bereiken. 
    Niet alleen op emotioneel, maar ook op cognitief gebied.
  • Juist door een goede samenwerking met alle betrokkenen, onze kinderen in staat zijn een relatie met anderen aan te gaan.
  • Dat loslaten mag.
  • Door onze kennis te verspreiden aan zowel ouders als hulpverleners, onze ervaring breder is geworden en onze ervaring ook die van anderen en van elkaar is geworden.
  • Onmogelijkheden mogelijk(heden) zijn geworden!

Slot
Op deze site ziet u zowel positieve als negatieve voorbeelden.
Wij delen ook de negatieve kant, omdat wij er nog steeds van uitgaan dat de negatieve voorbeelden ook weer positief kunnen worden.