kop1

Projecten

Movisie: sociale veiligheid

Logo Movisie

Sociale veiligheid: is dit wel zo vanzelfsprekend binnen de zorg? 

‘Bent U de zorgaanbieder die wij, Movisie, cliënt-oudergroepen, opleidingen en hulpverleners, zoeken en mee wil doen aan ons project: sociale veiligheid in de zorg?’ 

In dit artikel laten we zien dat sociale veiligheid binnen de zorg nog lang niet vanzelfsprekend is. Daarom initiëren we een project met als doel de cliëntveiligheid te vergroten door samen te werken in de driehoek. Met alle betrokkenen: (1)de cliënten, (2) familie en wettelijk vertegenwoordigers, en (3) hulpverleners/teams. Zo willen we bijdragen aan het vergroten van de fysieke, sociale en emotionele veiligheid van mensen met een verstandelijke beperking en grensoverschrijdend gedrag in de gehandicaptensector zoveel mogelijk voorkómen, en aanpakken.

Om dit project te realiseren zijn wij op zoek naar zorgaanbieders die mee willen doen in dit project om samen met elkaar de sociale veiligheid voor onze cliënten te vergroten.  
Drie zorgaanbieders hebben hun belangstelling getoond. We hebben er nog meer nodig. Onderstaande licht dit verder toe.

Uit diverse onderzoeken komt naar voren dat bewoners die gebruik maken van langdurende zorg vaak slachtoffer worden van grensoverschrijdend gedrag. Dat geldt voor kinderen en jongeren, voor ouderen, en ook voor mensen met een (verstandelijke) beperking. De laatste jaren heeft vooral seksueel misbruik van kinderen en jongeren (Commissie Samson 2012, Deetman et al. 2011) en van mensen met een beperking (Berlo et al. 2011) aandacht gekregen.  Andere vormen van grensoverschrijdend gedrag, die ook veel voorkomen, blijven daarmee onderbelicht (Janssens, Janssens, Lammers, Hartog, Goes & Heeringa, 2011).

Er zijn allerlei instrumenten  om (seksueel) grensoverschrijdend gedrag te signaleren, bespreekbaar te maken en er vervolgens adequaat op te reageren, zoals bijvoorbeeld het Vlaggensysteem (Frans & Franck, 2010 & 2014). Deze methodieken richten zich voornamelijk op de competenties van de professional.

Wat ontbreekt er nog?

Er is nog te weinig kennis op welke wijze het onderwerp sociale veiligheid tussen bewoners, professionals, ouders/verwanten bespreekbaar te maken met alle betrokkenen. Kennis, invoelen (empathie) in elkaars wereld , leren luisteren naar elkaar, is immers wel nodig om vroegtijdig problemen in de zorg voor de cliënt te kunnen signaleren.
Helaas laten praktijkervaringen zien dat de communicatie tussen alle betrokkenen vaak stagneert zodra zich een ‘(vermoeden van) een incident’ voordoet. Dan staat het zwart-wit denken in pleger- slachtoffer ineens op de voorgrond.

…Voordat we hoorden dat onze zoon beschuldigd werd van grensoverschrijdend gedrag, was er sprake van een goed contact met zijn begeleiders en de orthopedagoog. Maar toen hij beschuldigd werd, werd onze zoon meteen behandeld als een ‘dader’. De nodige zorg kreeg hij niet meer. Hij trok meteen naar ons toe en we deden de opvang. Ook is alle contact met zijn begeleiders en de orthopedagoog verbroken. De enige boodschap die wij kregen: ‘Hij kon vertrekken’. Voor we het wisten stonden wij op een eiland. ‘Waar moesten we heen? ’(2016). 

Er zijn diverse methoden die werken vanuit de praktijk en waar communiceren met alle betrokkenen wordt toegepast. Zoals Samenwerken in de Driehoek (C. Egberts). Het is nog niet voldoende bekend of en welke invloed dit heeft op de cliëntveiligheid op alle gebieden. Graag zien wij dat dit onderzocht gaat worden: wat werkt?

…We wisten dat de beschuldiging niet terecht kan zijn. We onderbouwen dit tijdens het gesprek met de orthopedagoog. Zij luistert niet, dat zien we aan haar lichaamstaal. ‘Onze zoon is schuldig en hij moest weg’. We klampen ons vast aan de manager, maar die volgt de orthopedagoog. Later horen we dat het team achter ons is blijven staan. Zij geloofden niet in de schuld van onze zoon. Ook zij worden niet gehoord… (2016)

Daarnaast zijn er ook methoden die erop gericht zijn om beter om te (leren) gaan met wat in de zorg vaak getypeerd wordt als ‘probleemgedrag’. Bij deze methodes, zoals Gentle Teaching en de methode Heijkoop, staat een ‘veilige zorgrelatie’ centraal. Echter wanneer zich incidenten voordoen, wordt er nog teveel gehandeld naar de dan spelende situatie in plaats dat er een langer termijnplan gemaakt wordt en de veiligheid voor langere tijd gegarandeerd wordt.

…’Wanneer we aan tafel zitten, kijkt L. mij heel erg aan, vertelt A. aan zijn begeleider. Ik vind dat niet leuk. Pas maakte hij ook een handbeweging dat hij mijn keel wil doorsnijden. Ik ben bang voor hem. Ik heb niets gedaan.’ De begeleider bevestigt dit. ‘Hij is ook erg groot.’ Enkele dagen later, pakt L. A. bij de keel. Tussenkomst van de leiding heeft erger weten te voorkomen. Wat ons verrast was dat niet J. maar A. naar zijn kamer gestuurd wordt en daar voorlopig alleen moet eten. ‘Dat is voor zijn veiligheid’ aldus de orthopedagoog.
L. mag in de groepsruimte blijven. Hij krijgt vanwege zijn agressiviteit extra begeleiding. Het team krijgt z.s.m. een agressietraining …. (2016)

Clientveiligheid

Cliëntveiligheid is een van de vier randvoorwaarden van verantwoorde zorg en ondersteuning

In het Kwaliteitskader Gehandicaptenzorg, Visiedocument 2.0 wordt cliëntveiligheid (fysiek, sociaal en emotioneel) genoemd als een van de vier randvoorwaarden voor het bieden van verantwoorde zorg en ondersteuning (VGN, 2012). Wat betekent dit?
Ieder mens heeft het recht zich veilig te voelen. Het gaat daarbij niet alleen om materiele veiligheid, maar ook om sociale veiligheid. Hieronder verstaan we: zich veilig en beschermd voelen in het contact en de aanwezigheid van anderen. Dit geldt in het bijzonder voor mensen met een verstandelijke beperking. Sociale veiligheid is niet alleen een recht. Het is ook een noodzaak om te kunnen participeren in sociale verbanden en om zichzelf te kunnen zijn en de eigen kwaliteiten en talenten te kunnen ontwikkelen.
We vragen u voorgaand voorbeeld nog eens in u op te nemen.


Sociale veiligheid.

Het gevoel van sociale veiligheid kan bedreigd worden door grensoverschrijdend handelen door anderen, maar ook als anderen nalaten de bescherming of ondersteuning te bieden die je van hen zou mogen verwachten.

We onderscheiden zeven vormen van grensoverschrijdend gedrag (Janssens, Lammers, Goes, Hartog & Heeringa, 2012):

1.    Verwaarlozen en onthouden van zorg
2.    Psychische grensoverschrijdingen, waaronder emotioneel misbruik
3.    Fysieke grensoverschrijdingen, waaronder mishandeling
4.    Seksuele grensoverschrijdingen, waaronder seksueel misbruik
5.    Discriminatie
6.    Schending van rechten
7.    Financiële en materiële uitbuiting

Veilige zorgrelatie.

Een veilige zorgrelatie draagt bij aan stressreductie, probleemhantering en veilige gehechtheid.Een veilige zorgrelatie is een belangrijke beschermende factor om grensoverschrijdend gedrag vanuit cliënten te voorkómen, dan wel te doen stoppen, én kan daarnaast ook bijdragen aan het voorkómen dan wel (deels) herstellen van een verstoorde gehechtheid.

Een veilige gehechtheid draagt bij aan de ontwikkelkansen van kinderen en draagt bij aan het beter kunnen omgaan met stress en probleemhantering. Hieronder lichten we dit nader toe.

Gedragsproblemen bij mensen met een verstandelijke beperking zijn meestal een uitdrukking van te veel stress (Bradley, 2000).
Een veilige gehechtheidsrelatie met sensitieve ouders en verzorgers heeft een bufferend effect op stress: een geruststellende en zorgzame relatie kan bijdragen aan de nodige stressreductie. Het blijven herhalen en doorlopen van de ‘cirkel van veiligheid’ draagt bij tot stressreductie en vervolgens tot een veilige gehechtheidsrelatie (Sterkenburg, Janssen & Schuengel, 2011).

…’Het gaat goed wanneer G. op eensluidende wijze begeleid wordt. Ze is dan stabiel, prettig in de omgang. Ze weet waar ze aan toe is en bij wie ze moet zijn als ze vragen heeft. Ze heeft een veilige gehechtheidsrelatie met haar ouders weten te ontwikkelen en daar hebben wij als team veel baat bij.
Met haar twee vaste begeleiders is zij een gehechtheidsrelatie aangegaan. Daar is veel samenwerking voor nodig.
Uiteraard komt het voor dat G. andere mensen tegenkomt die met haar een praatje maken. Ze wordt makkelijk overschat en overvraagd. De ander heeft dit zelden in de gaten. G. laat er op dat moment ook weinig van zien.

Als team zien we dit direct. G. wordt dan onrustig, is snel geprikkeld en valt kilo’s af. Snel organiseren we dan een overleg met familie, dagbesteding en de psycholoog en kijken wij wat er aan de hand zou kunnen zijn met G.
En met elkaar kunnen we zorgdragen voor rust door met de derde te gaan praten, zodra we weten wie het is. Want dat vertelt G. niet.

Wanneer we te maken krijgen met een derde die een andere mening heeft, dan ontstaat er een groot probleem. Het contact blijft en G. raakt zodanig in de war dat ze moeilijk te begeleiden is. Ze weet niet meer naar wie ze toe kan en voelt zich erg onveilig, maar kan dit niet zelf veranderen. Haar familie bezoekt ze niet meer. Het team heeft er de handen aan vol om zo veel mogelijk escalaties te voorkomen. En ondanks dat met de derde gepraat is en gevraagd zich terug te trekken in het belang van G. wordt er geen medewerking verleend. Deze situatie duurt al maanden. Er is sprake van een grote regressie’… 

Sociale veiligheid: is dit wel zo vanzelfsprekend binnen de zorg? 

Voorgaande voorbeelden spreken voor zich: ‘Nee, sociale veiligheid binnen de zorg is nog niet vanzelfsprekend’.

Een conceptversie van het projectidee ‘Werken aan sociale veiligheid door samenwerking in de driehoek’ hebben wij voorgelegd aan verschillende doelgroepen en op basis hiervan verder bijgesteld. De middelen voor het project worden op het moment van schrijven nog gezocht (subsidieaanvraag; fondsenwerving).
De medewerking van cliënt-en oudergroepen, opleidingen op HBO en Universitair niveau en een hulpverleningsorganisatie zijn al toegezegd.

Bent u als zorgaanbieder geïnteresseerd om samen te werken? Neem dan contact op:

Kristin Janssens, projectleider Movisie, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.              
Nico van Oosten, initiator Movisie,  Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Ingrid Mispelblom Beyer, initiator,Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

Expertgroep Langdurige nazorg

 

   Expertgroep langdurige nazorg Adoptie

Al enige tijd zijn Lyda Groot ( voorzitter Loga) en Ingrid Mispelblom Beyer, bezig om een Langdurige Nazorg Adoptieplan te schrijven. Diverse personen uit de verschillende belangen/doelgroepen hebben zij persoonlijk benaderd en gesprekken mee gevoerd over het plan. Dit betreffen  de ouders, de geadopteerden en de hulpverleners. Er is ook veel aandacht uitgegaan naar de kinderen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking.
De verkregen informatie is verwerkt in het plan en inmiddels is het conceptplan gereed om verder met elkaar te bespreken.
In het najaar van 2015 is een bijeenkomst met verschillende vertegenwoordigers georganiseerd. De reacties zijn tot op heden bijzonder positief. Daarnaast wordt naast de behoefte aan langdurige nazorg, veel herkenning ervaren. Dat geeft veel stimulans om te proberen dit plan van de grond trachten te krijgen.De basisgedachte van het plan is:

  • dat adoptieouders een beroep kunnen doen op een ervaren (en getrainde) contactouder die een vraagbaak is en de weg weet in zowel adoptie- als hulpverleningsland.
  • dat geadopteerdenvanaf de puberteit een beroep kunnen doen op coaches (en getrainde) die ook geadopteerd zijn.
  • dat daarnaast een centrale kennisbank komt van deskundigen op allerlei gebied.

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Voorzitter vereniging LOGA

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Initiator en adviseur van diverse landelijke projecten ten behoeve van mensen met een verstandelijke beperking e.a.
Aspirant bestuurslid LOGA

Adviseur
Prof. Dr. René A.C. Hoksbergen,
Emeritus hoogleraar adoptie 



hartExpertgroep Langdurige Nazorg Adoptie: vervolg 

Op 7 oktober 2015 is een bijeenkomst geweest waarbij mensen van diverse doelgroepen vertegenwoordigd waren.

Ingrid Mispelblom Beyer en Lyda Groot zijn beiden adoptiemoeders en bewegen zich al ruim 30 jaar (semi-)professioneel en/of als vrijwilliger in de ‘adoptiewereld’. Ondanks alle worstelingen van adoptieouders en waarvan zij in die periode getuige waren en nog zijn i.v.m. hun nazorgactiviteiten: ouders helpen ouders, lijkt er in de afgelopen 30 jaren nog weinig veranderd te zijn. Met name wanneer het de hulpverlening en vele vraagstukken betreffen die betrekking hebben vanaf de puberteit en daarna. De problemen die zij op hun eigen zoektochten tegen kwamen, bestaan nog.
T.a.v. de geadopteerden die naderhand verstandelijk beperkt blijken te zijn, staat de kennis hierover nog in de kinderschoenen. Diverse malen hebben zij zich vervoegd bij vergunninghouders en de SAV als vertegenwoordigers van hun achterbannen/ ouder- en nazorggroepen Loga, Nerva en OverSchatten.
Dit motiveerde hen om een plan te initiëren dat de mogelijkheid van langdurige nazorg wil bieden bij elke adoptie.

Ingrid ziet het samenwerken met de Driehoek: Ouders - kinderen - hulpverleners als de basis van alle adoptienazorg.
Door Lyda's ervaringen bij de LOGA-oudergroepen heeft zij het belang van oudercontact en de steun die ouders elkaar kunnen bieden ontdekt. Beiden menen dat geadopteerden  elkaar kunnen helpen vanuit het begrip voor de positie van een geadopteerde, bv. in de vorm van een buddy- of maatjesproject.
Volgens het ontwikkelde concept nazorgplan dient dit alles te gebeuren onder supervisie van een professioneel netwerk, dat de (vrijwillige) hulpverleners begeleidt of ondersteunt en dat kan dienen als vangnet.

Op basis van de adviezen van René Hoksbergen, gesprekken met de UAI (de organisatie van geadopteerden) en met de coördinator van Parent2Parent Johannes Verheijden is vervolgens het conceptplan opgezet. Ook zijn enkele hulpverleners, geadopteerden en adoptieouders geraadpleegd om mee te lezen.

In het plan is speciale aandacht ingeruimd voor geadopteerden met 'special needs', bv. met een verstandelijke beperking of psychiatrische problematiek, die extra ondersteuning nodig hebben. Ingrid weet uit eigen ervaring dat zorginstellingen niet voldoende toegerust zijn om aan de behoeften van deze kinderen tegemoet te komen, zoals het ontbreken van voldoende veiligheid en communicatie, o.a. als gevolg van vele wisselingen en verloop onder het personeel, orthopedagogen, en soms leidinggevenden, waardoor veel fouten worden gemaakt. Fouten die m.n. gevolgen kunnen hebben voor de hechting en gevoelens van veiligheid.
Welmoed Visser (orthopedagoog/ seksuoloog) signaleert dit vanuit haar werkzaamheden voor o.a. het CCE (Centrum voor consultatie en expertise).
Het concept Langdurig Nazorg Plan is positief ontvangen door zowel de hulpverleners, als geadopteerden als de ouders. De noodzaak voor realisatie van het plan wordt gezien.

Het is nog een conceptplan en aan alle deelnemers is gevraagd wie zitting wil hebben in een kerngroep of een andere bijdrage wil leveren. Allen geven aan geïnformeerd te willen blijven en waar nodig willen meedenken. Enkele deelnemers die niet aanwezig konden zijn, hebben eveneens aangegeven mee te willen denken.
De deelnemers die in de kerngroep gaan deelnemen zijn naast de initiators:

 

  • Vertegenwoordiger van het UAI
  • Sylvia Nanninga (maatschappelijk werker/ gezinscoach, verbindingsmedewerker)
  • Johannes Verheijden (Parent2Parent)
  • Welmoed Visser ( orthopedagoog/ seksuoloog)
  • Margareth  Hoek ( Bureau Hoek)
  • Anja Lijfering ( notulist, Adoptieouder LOGA, Orthopedagoog/ psychomotorisch therapeut met kinderen met ernstige hechtingsproblemen )

Wij informeren u over het vervolg.



Onderzoeken inzake behoefte Nazorg

 2007: Gewoon bijzondere ouders: onderzoek naar ondersteuningswensen van ouders met een adoptiekind
Anneke Dorrestein
Uitgave : PON; 9789050493994


 2012 : Onderzoek behoefte nazorg.
Er is door Irma Huisman, studente pedagogiek, in 2012 een behoefte onderzoek gedaan onder adoptiefouders. 
De behoefte aan nazorg in de eerste periode na aankomst van een kindje leeft nog steeds.
In Nederland wordt nazorg nog steeds niet geboden en mn ook over een langere periode.

 

 Geschiedenis.

1999 : Het eerste Nazorgplan: Het Maatjesproject. 


Het idee voor een maatjes- of buddyproject is in 1999  voorgelegd aan alle vergunninghouders zoals Wereldkinderen, Hogar, Kind en Toekomst, Meiling e.a. Het praktijkgerichte project is helaas niet gerealiseerd,. Het heeft nog wel lang de aandacht bij o.a. de SAV (Stichting Adoptie Voorzieningen) gehouden. 

Het idee is ontstaan naar aanleiding van onze werkzaamheden bij de nazorggroep Nerva en is samen met de MEE, de Samenwerkende Ouderverenigingen en de William Schrikkerstichting onder de aandacht gebracht bij de toenmalige vergunninghouders. Sinds 1956 zijn er 60.000 kinderen geadopteerd, waarvan tweederde uit het buitenland komen. De leeftijden van de kinderen variëren van 0 tot 6 jaar en soms ouder. De kinderen met een Special Need die naar Nederland komen, nemen fors toe. Naar schatting betreft dit > 70 % van de kinderen. Een aantal dat lijkt toe te nemen.De doelgroep kinderen met een verstandelijke beperking en/of ontwikkelingsachterstand blijft helaas een onderbelichte groep. Tot onze grote verbazing worden deze geadopteerden niet gezien als Special Need (SAV/2015). 

duoHet onderwerp nazorg is tot op de dag van vandaag actueel. Onze doelgroep, kinderen met een verstandelijke beperking en gehechtheid, wordt helaas nog niet voldoende 
opgenomen in deze discussie. Voor meer informatie over Nazorg, verwijzen wij u naar de actualiteiten binnen de adoptie via internet en deze site. De opzet van een Maatjesproject.

Onder ouders is sprake van veel deskundigheid. Daar zou veel meer gebruik gemaakt van moeten worden door bijvoorbeeld het creëren van een uitwisseling tussen ouders onderling en tussen ouders en hulpverleners.
Binnen Nerva en Loga  ervaren we dat ouders (te) veel tijd besteden aan het vinden van de juiste hulpverlening. Dat zou sneller moeten plaats vinden omdat er teveel energie verloren gaat en deze energie gewoon hard nodig is om een kind goed te kunnen begeleiden.
Wij ervaren dat we met onze praktijkkennis, ouders snel op het goede spoor kunnen zetten; hen op diverse gebieden kunnen ondersteunen; een luisterend oor kunnen bieden; samen kunnen signaleren waar de aandachtspunten liggen; en waar nodig door kunnen verwijzen naar deskundigen. We leren zoveel van elkaar.

Maatje
Ouders hebben behoefte aan een Maatje
Een maatje is in feite een praktijkdeskundige die semiprofessioneel werkt en gesteund wordt door een beroepsorganisatie. In 1999 stelden we de vergunninghouders voor om 'nieuwe' ouders altijd een Maatje aan te bieden op het moment dat zij een kindje krijgen.Naar eigen keuze en behoefte kunnen ouders hiervan wel of geen gebruik maken.
Het ingediende project hoeft niet duur te zijn, daar gebruik gemaakt wordt van vrijwilligers uit diverse oudernetwerken met kennis van zaken over de nazorg.Het Maatjesproject is ook in 2002 onder de aandacht gebracht in een brochure van de WAN (nu SAV).  
In 2004 is dit project door het netwerk OverSchatten tijdens een workshop voor NGBZ (vereniging voor deskundigheids-bevordering) ook aan de orde gesteld. Ook bij de expertgroep in 2009 en 2010 werd het plan onder de aandacht gebracht.

Ook nu houden wij dit onder ieders aandacht, omdat de noodzaak tot realisatie van langdurige nazorg  aanwezig blijft en wat ook blijkt uit het onderzoek van Anneke Dorrestein in 2007 en  Irma Huisman in 2012 en de bijeenkomst die in 2015 plaatsgevonden heeft en waar een concept plan Langdurige nazorg werd gepresenteerd. 


  

Diverse

 




hartGeschiedenis

Wat is er al gebeurd?

Hieronder vermelden wij de geschiedenis en de tot nu toe behaalde resultaten.De activiteiten begonnen bij de heroprichting van de nazorgwerkgroep Nerva in 1989. Na verloop van tijd merkten wij dat de groep geadopteerden met een verstandelijke beperking toe nam. Ondanks dat was er moeilijk goede hulpverlening te vinden. De groep werd evenmin goed zichtbaar binnen de adoptiewereld. Onderzoek naar het aantal gezinnen die naderhand een kind met een verstandelijke beperking of ontwikkelingsachterstand kregen, is nog niet gedaan!
Wij schatten dat 1/3 van de kinderen die geadopteerd worden, uiteindelijk terecht komen in het circuit van de gehandicaptenzorg. Deze schattingen zijn gebaseerd op uitslagen van enquêtes van het oudernetwerk OverSchatten, welke zij tijdens ouderdagen uitgaf. En verder nog een enquête die een ouder van een Special Need netwerk hield onder haar doelgroep en waaruit bleek dat 1/3 van de voorgestelde special need kinderen, zwaarder gehandicapt bleek te zijn, dan aanvankelijk aan de ouders was voorgesteld.
Ook werden en worden er kinderen voorgesteld aan ouders waar al bekend van is dat deze kinderen op MLK onderwijs aangewezen zullen zijn.
Onderzoeken van de landelijke ouderverenigingen voor mensen met een verstandelijke beperking meldden dat 75% van de kinderen die op MLK onderwijs verbleef, uiteindelijk aangewezen is op de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.


De Expertgroep

Wanneer een adoptie- of pleegkind gedragsproblemen vertoont, is het vaak in eerste instantie moeilijk in te schatten waar deze gedragsproblemen uit voortkomen.
Veel kinderen starten in hun adoptie- of pleeggezin met een achtergrond van ontwikkelingsachterstanden, verwaarlozingen en één of meer traumatische scheidingen. 

Wanneer gedragsproblematiek zich openbaart is het voor de behandeling van wezenlijk belang dat er een goede differentiaal diagnostiek gepleegd wordt, waarbij een inschatting gemaakt wordt of er sprake is van ontwikkelingsachterstand, ADHD, autisme, gehechtheidsproblematiek en/of verstandelijke beperking.
Wanneer er sprake is van een combinatie van gehechtheidsproblematiek en een andere problematiek is de vraag hoe deze kinderen het meest adequaat behandeld kunnen worden.

Vanuit Atrium en het ADOC (Adoptie Driehoek Onderzoeks Centrum: opgeheven in 2016) werd een leemte gesignaleerd in de praktijkgerichte kennis rond de diagnostiek van gehechtheidsproblematiek.

Het doel van de Expertgroep

Uitwisseling tussen hulpverlening, wetenschappers en ouders om de huidige werkwijze van handelingsgerichte diagnostiek bij gehechtheid aan te scherpen.
Realisatie van het gestelde doel vindt plaats door twee expertmeetings te organiseren, welke mogelijk gevolgd worden door studiedagen.

De Expertmeetings
 

Om een inventarisatie te kunnen maken wat er aan kennis is en wat er nog nodig is, worden twee expert meetings georganiseerd. 
De deskundigen zijn hulpverleners, wetenschappers en ouders (praktijkdeskundigen). 

  • De eerste expertmeeting betrof de (handelingsgerichte) diagnostiek. 
  • De tweede expertmeeting zou gaan over de behandeling.  

Naar aanleiding van deze  bijeenkomsten zou ernaar gestreefd worden om op termijn voor een breder publiek een studiedag te organiseren over deze onderwerpen. Deze meetings zijn helaas gestopt.

De deelnemers van het eerste uur in de Expertgroep zijn:

  • Gera ter Meulen (ADOC),
  • Lucile van Tuyll (ADOC),
  • Felicia Stoutjesdijk ( Atrium/ Psycholoog),
  • Hester Storsbergen (Atrium/ Psycholoog),
  • Ingrid Mispelblom Beyer (Atrium/ praktijkdeskundige)  
  • Rita Kobussen (SAV).


LKNG / Vilans  

Op onze zoektocht ontstond er in 2003 een contact met de LKNG. (Landelijk Kennisnetwerk Gehandicapten).
In 2005 kregen wij de werkplaats Hechtingsvraagstukken toegewezen. De werkplaats werd geleid door Marion Kersten en bestond uit wetenschappers, deskundigen en ouders/ praktijkdeskundigen.

Deze werkplaats was het eerste resultaat om de doelgroep mensen met een verstandelijke beperking en gehechtheid onder de aandacht te brengen en dit samen te realiseren met deskundigen en de praktijk.
De deelnemers aan deze werkplaats waren:

  • Marion Kersten (LKNG)
  • Piek Stor (ouder)
  • dr. Lex Wijnroks (Universiteit Utrecht)
  • Cees Jansen (Vrije Universiteit)
  • Saskia Epskamp (Vrije Universiteit)
  • Hester Storsbergen (GZ-psycholoog/ meelezer)
  • Dorien Kloosterman (OverSchatten/ Sien)
  • Teun Post (orthopedagoog Philadelphia
  • Ingrid Mispelblom Beyer ( initiator en ouder).

Het eindresultaat van deze werkplaats is het boek:
'Onveilig Gehecht of een Hechtingsstoornis'. Het onderkennen van hechtingsproblematiek bij mensen met een verstandelijke beperking.

Het boek is te bestellen bij uitgeverij Lemma, ISBN 90 5931 3053 of gratis te downloaden, zie Boeken


Werkplaats LKNG: vervolg

Mede naar aanleiding van het boek 'Onveilig gehecht of een hechtingsstoornis' is een nieuwe werkplaats tot stand gekomen.
Het betreft het vanuit de praktijk in kaart brengen van bruikbare methoden van diagnostiek van gehechtheidsproblemen. Het doel is een publicatie met daarin een aantal gevalsbeschrijvingen als aanzet tot het verder ontwikkelen van richtlijnen voor diagnostiek van gehechtheidsproblematiek bij kinderen met een visuele en/of verstandelijke beperking en ernstige gedragsproblemen.
De werkplaats werd geleid door Marleen Goumans.
Deze werkplaats is afgerond en heeft geresulteerd in het boek :
'Signaleren van verstoord gehechtheidsgedrag', samengesteld door Francien Dekker en Cees Janssen.Het boek is te bestellen bij Lemma en gratis te downloaden.
Meer informatie zie Boeken 

onderzoek