kop1

Hulpverleners

 

Medewerkers/verzorgenden

Voor medewerkers in de zorg

.

duo

De hieronder beschreven verhalen komen voort vanuit de praktijk van alle dag.

De praktijk bestaat uit de ervaringen binnen de gezinnen van de schrijvende ouders; het delen van ervaringen met andere ouders en hulpverleners.
Daarnaast is er  veel informatie verkregen door het lezen van boeken; bezoeken van symposia en studiedagen en door gewoon te vragen en uit te wisselen.

Ter inleiding
Uit de contacten die we hebben met  ouders wordt soms ten onrechte  uitgegaan dat er bij hun kind van gehechtheidsproblematiek sprake is. Vaak gebaseerd  op eigen bevindingen, of ingegeven door hulpverleners zonder dat er een onderzoek gedaan is en een diagnose gesteld is  Een kind kan hierdoor te snel in een vakje worden geplaatst. Dat komt de ontwikkeling van het kind niet ten goede.
Voor een goede diagnose kunt u zich wenden tot de mensen die zich hiertoe hebben toegelegd zoals de hulpverleners van Atrium e.a..
Wanneer duidelijk is dat er sprake is van gehechtheidsproblematiek, dan kan bekeken worden, welke behandeling en begeleiding nodig is en welke mogelijkheden er zijn om het kind verder te laten ontwikkelen.

Kinderen met gehechtheidsproblematiek laten vele gedragskenmerken zien waarmee je als begeleider moet leren omgaan. Hiervoor verwijs ik naar het boek ‘Onveilig gehecht of een hechtingsstoornis’. Een boek dat meer achtergrondinformatie biedt ter ondersteuning van uw kennis. Zie ook het menu: Gehechtheid.
Ook kan er ook sprake zijn van een groot verschil tussen de emotionele en cognitieve ontwikkeling, wat snel overvraging en overschatting van het kind in de hand werkt. Begeleiden van deze kinderen vraagt veel van de ouders en de begeleiders.

We geven enkele voorbeelden waaraan je zou moeten voldoen: 

  • Wees altijd beschikbaar ; biedt veel veiligheid. 
  • Verblijf in zijn nabijheid zijn: wees beschikbaar.
  • Wees altijd consequent: is noodzakelijk. 
  • Laat zien dat je betrouwbaar bent.   
  • Breng veel regelmaat in het dagelijks leven: werk met vaste tijden en leef dit na. 
  • Leer samen te werken als team en vooral leer eenduidig te zijn: op dezelfde lijn staan; blijf vooral profesioneel.
  • Leer goed te communiceren met alle betrokkenen.
  • Leer rekening te houden met het 'jonge' kind en vooral in periodes van stress; veranderingen.
  • Leer met korte zinnen te spreken en te checken bij het kind dat de boodschap overgekomen is.
  • Leer denken vanuit het kind/ de cliënt en zijn emotionele niveau.
  • Leer verschil te zien tussen het cognitieve deel en het emotionele deel. Voorkom/ beperk: Overvraging en overschatting.
  • Draag er zorg voor dat je zelf de regie hebt en houdt: beperk overvraging . 
  • Leer vooruit te denken.
  • Leer afstand te houden en toch niet afstandelijk te zijn. 
  • Leer te kijken en te luisteren en je gevoel te vertrouwen.
  • Durf naar jezelf te kijken: wat is van jou, en wat is van het kind.
  • En..vooral: blijf houden van je kind en zie de mogelijkheden van je cliënt.


kijken en hoedOp deze wijze leren werken, vraagt  veel inlevingsgevoel; afstand kunnen nemen van persoonlijke zaken; voldoende zelfkennis en zelfinzicht ; veel creativiteit en leren in te spelen op de momenten die zich voordoen.
Plannen die gemaakt zijn, moeten soms ineens omgezet worden om uiteindelijk het gewenste resultaat te verkrijgen. Dit vraagt veel souplesse en afstemming van alle betrokkenen.
Goede communicatie met de achterban en de collega’s is noodzaak. Naast een stabiel team, moet een team eenduidig handelen om daarmee het uitspelend gedrag zoveel mogelijk te beperken. Weet van elkaar wat je doet.
Een team moet lerend zijn en kennis hebben over de gehechtheidsproblematiek. Ook geldt de voorwaarde dat er een goede achtervang voor een team is van een orthopedagoog/ psycholoog en een hoofd of een teamleider is, die kennis van zaken heeft.

Werken met kinderen/ volwassenen met gehechtheids-problematiek vraagt goede samenwerking met alle betrokkenen en dus ook met familie/ vertegewnoordigers. Ontbreekt het aan deze voorwaarden, dan kan de client niet goed begeleid worden en is vooral hij de dupe!
Begeleiden van deze kinderen/ cliënten is niet alleen zwart-wit denken, maar ook leren spelen met het grijze gebied.
Het is zeker een uitdaging en als je eenmaal weet hoe de begeleiding moet lopen en  als je daaraan tracht te voldoen, is het in feite ook weer erg eenvoudig. Wat niet wegneemt dat het ook zwaar kan zijn en er  fouten gemaakt kunnen worden. Worden de fouten snel erkend, dan is herstel ook snel mogelijk. Een snel herstel is de cliënt alleen maar bij gebaat. 

Ook willen we iets vertellen over de ouders.
Ouders kunnen soms ervaren worden als lastig of kritisch. Ouders kunnen echter ook ervaren worden als mensen die een goede aanvulling op uw kennis kunnen bieden! Ouders die gewoon betrokken zijn bij hun kind.

Een ouder reageert niet zomaar. Er is vaak sprake van een achterliggende gedachte en gevoel en intuitie. Probeer met de ouders hierover te communiceren.  Wat willen ze je zeggen?
Ouders hebben in de loop der jaren geleerd hoe zij met hun kind om moeten gaan; welke gedragsignalen welke betekenis hebben; leren vooruit te denken; begrijpen waarom hun kind reageert zoals hij reageert; hoe te handelen etc.
Ook zijn  er ouders die zich meer verdiept hebben in de gehechtheidsproblematiek. Vooral in de adoptie- en pleegwereld wordt aan het onderwerp gehechtheid zowel in de voorlichting als bij de nazorg veel aandacht geschonken. 
Ook bezoeken ouders  regelmatig themadagen  waar veel uitwisseling plaats vindt. Verder zijn er diverse verwijzingen naar de literatuur.
Literatuur en informatie over gehechtheid is volop te verkrijgen wanneer het niet verstandelijk beperkte kinderen betreft.
Op internet vindt u hierover veel informatie op de trefwoorden: hechting; gehechtheid;hechtingstoornis e.a..
Er is helaas nog te weinig geschreven en onderzocht over gehechtheid in combinatie met de verstandelijke beperking. Het menu Gehechtheid geeft zoveel mogelijk de actuele informatie weer.

T.a.v. de praktijkkennis en de noodzakelijke handvatten, staat ook nog weinig op papier. Wij adviseren juist dan gebruik te maken van de kennis die er wel is: de praktijkkennis van de ouders !
Het is wenselijk om ouders serieus te nemen. Hun beweegredenen te leren begrijpen. Durf de zgn. 'kritische kant' met hen aan te gaan. U zult gaan ervaren dat zij hetzelfde doel voor ogen hebben: goede zorg voor hun kind/uw cliënt. Ook wanneer er zich zaken voordoen die fout gaan, informeer de ouders open en eerlijk en ga het gesprek met hen aan en probeer wanneer dat plaatsvindt, samen de gemaakte fouten weer te herstellen.
Openheid en eerlijkheid is beter, dan geslotenheid.

De procedure voordat een gehechtheid gerealiseerd wordt bij mensen met een verstandelijke beperking, vraagt een grote sensitieve inzet van iedereen.
Ouders deden hier al ervaring mee op. Sommigen slaagden er in met kinderen die de diagnose  reactieve hechtingsstoornis (RHS) hebben en ook verstandelijke beperkt bleken te zijn, een binding met hen aan te kunnen gaan, zodat deze kinderen alsnog een veilige gehechtheid aan zijn gegaan en aan kunnen gaan met derden.
Ervaringen waarmee u als begeleider mee verder kan. 
( zie ook de menu's  Gehechtheid , agenda en nieuws).

Ons advies is: Vul elkaar aan en zie ouders en opvoeders als Partners in de zorg voor hun kind en uw cliënt.

Praktijk voorbeelden


Voorbeelden en tips: Verhalen uit de Praktijk 

schrijven Onderstaand geven wij enkele voorbeelden uit de praktijk en tips welke met het gedrag van uw cliënt te maken kunnen hebben.

De schrijvers van de verhalen en gedichten zijn van zowel de ouders als medewerkers in de zorg.


Voorbeelden: 

  • Aan hulpverleners
  • Contact met ouders: een noodzaak
  • De gesloten communicatiedriehoek
  • Faalangst
  • Spannende tijden
  • Gehandicapt
  • Verschil in gedrag
  • Regie in eigen hand
  • Denken van uit zichzelf
  • Patronen
  • Wegwerprelaties
  • Vier jaar
  • Spoorloos


 Aan hulpverleners 

Schat mij niet verkeerd in
Ik praat soms heel verstandig
en
lijk dan misschien afstandelijk 

Ik praat soms heel emotieloos
maar zie dat als zelfbescherming 

Verwacht niet van me
dat ik elke keer de doos met oude wonden opentrek
Maar weet wel dat die wonden in mij zijn 

Ik moet verder
Gun me dat ik dat op mijn eigen manier probeer 

Ik vraag jullie alleen
om naast me mee te kijken
Misschien zie jij iets uit een andere invalshoek
en kan ik daarvan leren 

Maar gun het me om mezelf te zijn. 

 

  Contact met ouders: een noodzaak
Onze dochter is 17 jaar en meervoudig gehandicapt. Haar handicap is van dien aard dat de zorg die wij haar geven te zwaar is geworden om dit op verantwoorde wijze samen te vervolgen. Na veel wikken en wegen besluiten wij de zorg over te dragen aan anderen.
Een moeilijke beslissing.

Wanneer je besluit je kind ergens anders te laten wonen, gaat er veel aan vooraf voordat je daadwerkelijk tot deze keuze komt. Na zo’n besluit openbaart zich een hele papierwinkel van formulieren die ingevuld moeten worden. Geleidelijk aan word je met de neus op de feiten gedrukt: je dochter gaat nu echt uit huis.

Nog onverwacht komt het bericht wanneer er een plek beschikbaar is. Een schok gaat door je heen. De afspraak wordt iets te snel gemaakt. Het hoofd, Gea, van de toekomstige woning staat ons vriendelijk te woord; laat haar kamer zien en vertelt met wie onze dochter gaat wonen en welk zorgaanbod er is. Ze voegt er wel aan toe dat men met een nieuwe vorm van zorg bezig is: klantvolgend heet dat. We zouden dan als ouder mogen aangeven wat we denken wat goed is voor onze dochter en dan zou men haar die zorg gaan geven. Onze dochter praat moeilijk. Wij kennen haar goed en zien aan haar wat ze leuk vindt; kennen elke beweging; elke oogopslag, kortom alles van haar. Dat leerden we wel in de afgelopen 17 jaar. Al die nieuwe informatie gaat langs je heen, omdat je meer bezig bent met waar ze heen gaat. ‘U moet wel binnen enkele dagen beslissen’ zegt Gea en voegt er 2 kindjesnog aan toe ‘er staan nog zoveel mensen op de wachtlijst, die net als u op zoek zijn naar een plekje voor hun kind’.

Je beslist inderdaad wat sneller dan je zou willen. Met een bemoedigend klopje op je schouder, vervolgt Gea: ‘Het zal wel gauw wennen, dat uw dochter uit huis gaat. U kunt dan weer op vakantie en heeft de tijd aan u zelf. U kunt ons altijd bellen als er wat is’. En Gea staat op om het gesprek te beëindigen. ‘Maar, maar….’stotter ik ‘wilt u dan niets weten over onze dochter? Wat haar gewoontes zijn? Hoe we met haar omgaan en waar je op moet letten?’. ‘Mevrouw, dat komt allemaal goed, wij kennen immers het klappen van de zweep. Er wonen hier ruim 900 mensen met een handicap. Die hebben het immers ook goed!’ 
Thuis gekomen herhaal je voor jezelf wat je allemaal gehoord en gezien hebt. Je vraagt je af wat is klantvolgend nu eigenlijk? Men vroeg toch niets over onze dochter?  

Twee maanden later gaat onze dochter verhuizen. We richten zelf haar kamer in en maken kennis met de andere bewoners en de begeleiders. Vele gedachtes gaan door je heen, zoals: enkele begeleiders zijn nog wel erg jong; kunnen ze mijn dochter wel goed begrijpen; hebben ze wel voldoende ervaring? Gea schenkt in het begin wel veel aandacht aan ons, maar begrijpt ze het gedrag van onze dochter wel? Gea vraagt weinig en het luisteren beperkt zich tot het kopje koffie dat ze aanbiedt. Ik besluit voorzichtig, want in zo’n situatie voel je je erg kwetsbaar, haar te vragen wanneer het gesprek plaats zal vinden over onze dochter. ‘Dat komt dik in orde, maakt u zich vooral niet ongerust. Wij zijn erg deskundig en als we iets niet weten, vragen wij het aan een psycholoog die aan ons zorgcentrum verbonden is’. ‘Waarom vragen ze het niet gewoon aan ons’, schiet door je hoofd. We voelen ons meer en meer aan de kant gezet. 

De verhuizing is daar en onze dochter is enthousiast wanneer ze haar medebewoners ziet. Haar ogen schitteren. Ze lacht breed.  Regelmatig bezoeken wij haar. Minimaal één keer per week, soms meer. We merken wel dat wanneer we vaker komen, er wel eens irritatie is bij de leiding. Soms begeleiders die nog stage lopen en je brutaal aan kijken en de wijsheid in pacht menen te hebben. Ook begeleiders die zich betrokken tonen. Vragen hebben over onze dochter.

In het begin gaat het goed met onze dochter, maar naarmate de tijd verstrijkt zien we haar ogen dof worden en lijkt ze meer in de war en sluit zich soms van ons af. We herkennen dit gedrag goed. Het gaat niet goed met haar.  Het gesprek over de wijze van omgang met onze dochter heeft na drie maanden nog niet plaatsgevonden. We proberen dit toch gerealiseerd te krijgen. Gea tracht ons vergeefs gerust te stellen: ‘Mevrouw, we kennen uw dochter door en door, het komt allemaal goed’. ‘Door en door..’, gonst het door mijn hoofd, ‘door en door en dat binnen drie maanden en zonder kennis gedeeld te hebben met ons....?’. ‘U moet leren loslaten; de zorg aan ons overlaten’, zijn zinnen die we regelmatig horen. ‘Hoezo loslaten, wanneer we zien dat ze hard achteruitgaat’. Wat is in feite de betekenis van klantvolgend? Is dat werken zonder ouders?  

Een bulletin van de zorginstelling verschijnt waarin het thema Klantvolgend is. We lezen dat klantvolgend intensief werken is met ouders. Een vanzelfsprekendheid vinden wij. Immers, wie weet als geen ander hoe zijn kind in elkaar steekt. Wij hebben immers al 17 jaar voor haar gezorgd! Met het blad in de hand melden wij ons opnieuw bij Gea en al wat assertieve geworden, dringen we aan op een gesprek. Dezelfde week nog wordt een ochtend voor ons beschikbaar gesteld. Met een goed gevoel keren we daarna huiswaarts. Het was een soms emotioneel, maar erg duidelijk gesprek. Men heeft ons eindelijk gehoord en afgesproken is dat we samen verder gaan om te zorgen dat onze dochter die zorg krijgt die bij haar past en zoals zij van ons gewend is. Klantvolgend dus.

Contact met ouders is gewoon een noodzaak. Zij zijn de eerste deskundigen wanneer het uw cliënt betreft.  

 De gesloten communicatiedriehoek
Eén van de gedragskenmerken bij cliënten met hechtingsproblematiek is uitspelen. Een kunst die zij zeer goed verstaan, om zo hun zin te krijgen. Een gedrag wat in feite ook past bij de emotionele ontwikkeling, welke soms vergelijkbaar is van een kind van twee of drie jaar. 

Het lezen van andermans gedachten en het invoelen van de ander zijn vaak wel goed ontwikkeld. De vrijheden die zij ondermeer door uitspelen kunnen verwerven zijn tevens een valkuil, omdat zij de verworven vrijheden vaak  niet kunnen hanteren. Hun begeleiding moet immers duidelijk en begrensd zijn. Ontstaat er teveel ruimte en beslaat dit een te lange periode, dan kan een gevolg zijn: regressie. Er moet dus sprake zijn van een goede communicatie tussen alle betrokkenen. Hierin mogen geen gaten vallen. Dit kan beperkt worden door goede afspraken te maken met elkaar waar ieder zich aan leert te houden.
Uw cliënt krijgt één contactpersoon en bij diens afwezigheid een vaste vervanger. Met al zijn vragen wordt hij naar deze ene persoon verwezen.
Daar ieder een individu is met een eigen mening en eigen inzicht, maakt dit het soms moeilijk om op deze wijze met een cliënt om te leren gaan. Eencomm aardig vergelijk is dat in een thuissituatie.
Het kind wil een snoepje en de moeder zegt: ‘nee’, waarop het kind vervolgens naar de vader gaat en die zegt: ‘ ja’ en geeft het dan ook nog een stevige knuffel toe.

Een ouder vertelde mij dat haar dochter vijftien begeleiders had en van alle vijftien hun zwakke plekken kende. Iedereen speelde ze tegen elkaar uit en dit leidde uiteindelijk tot een grote regressie.
Haar dochter kwam in een andere groep terecht met zes begeleiders. Deze stonden op één lijn. Haar dochter kreeg dit snel in de gaten en vertelde aan haar moeder: ‘Jullie zeggen allemaal hetzelfde’ en probeerde vervolgens haar terrein weer te vergroten en zocht elders naar mogelijkheden. Dit werd snel gesignaleerd door het team begeleiders en zo kon deze actie een halt toegeroepen worden.
Inmiddels heeft haar dochter de situatie geaccepteerd. Wat overigens niet wil zeggen dat dit niet nog eens zal plaatsvinden. Alert zijn blijft gewenst. Evenals het handhaven van eenduidig werken en handelen: werken met de gesloten driehoek.

 Faalangst
Een negatief zelfbeeld kan te maken hebben met gebrek aan zelfrespect; zichzelf niets waard te vinden en met het gegeven vaak afgewezen te zijn. Faalangst is ondermeer een gevolg hiervan. Drempels om iets te gaan ondernemen zijn dan torenhoog. Dit kunnen al kleine dingen betreffen zoals het inschenken van een glas limonade.

Ook kan uw cliënt te hoge eisen aan zichzelf stellen of zijn omgeving doet een te zwaar appèl,  wat weer kan leiden tot een bevestiging van de faalangst: ‘Zie je wel, ik kan toch niets’. Het is belangrijk om zaken die uw cliënt negatief maakt, snel positief te maken. Een klagend: ‘Dat kan ik niet’, beantwoorden met ‘ Dat kan je heel goed’. Vooral geen strijd aangaan, ook al is  de verleiding nog zo groot.
Te veel praten is tevens een valkuil en leidt weer eenvoudig tot overvraging. Te gemakkelijk komen er nieuwe argumenten bij die uw client kan noemen en wat nog meer verwarring bij hem schept, dan dat het hem duidelijkheid biedt.

Soms is het nodig om uw cliënt even tot rust te laten komen, zoals naar zijn kamer te laten gaan, maar wel meteen duidelijk aangeven dat  hij terug kan komen naar de woonkamer zodra hij zichzelf weer rustig vindt.
Wij ervaarden als ouders door zo in alle rust te handelen, dat dit mreestal succesvol afliep. We ervaarden ook al dat als ons kind erin slaagde door te zetten om een bepaalde opdracht te doen,  dit ook lukte. Het is dan schitterend om te zien hoe stralend hetzelfde kind laat zien wat hij wel voor elkaar gekregen had!  

Nog een voorbeeld van gevoelens van afwijzing:
Soms kunnen vragen die uw cliënt heeft al vooraf door hemzelf ingevuld worden: ‘Dat mag ik toch niet, dus ik vraag het maar niet’ We horen dit nog wel eens.  Het is de kunst om hier niet op in te gaan, maar de vraag opnieuw en dan positief te laten stellen. Groot is dan de verrassing als een verwachte ‘nee’, een ‘ja’  kan worden. Uiteraard moet je soms nee zeggen, maar dit valt meestal wel kort uit te leggen. Kort! Juist omdat ze door hun soms goede babbel snel overschat worden en je in de verleiding brengen uitvoerig op de zaak in te gaan. Een lang verhaal wordt niet gehoord en niet voldoende begrepen.

Faalangst en gevoelens van afwijzing zullen er altijd blijven. De ene keer in mindere mate en de andere keer weer extreem. Voortdurend de bevestiging geven en duidelijkheid bieden, blijven noodzakelijk. Een leven lang!

 Spannende tijden
Spannende tijden zijn moeilijk te hanteren. In de beleving van uw cliënt dreigt hun basis te wankelen wanneer er zich bijvoorbeeld een vakantie aandient en ze elders gaan slapen. Of als er een feestje op stapel staat of een situatie verandert zoals school; de komst van een broertje of zusje; een ziekenhuisopname van één van de ouders of een overlijden van een naaste.

De kunst is om deze gevoelens van onzekerheid voor te zijn en adequaat te reageren door het laten behouden van die basis.
Blijf altijd werken met het bieden van zekerheden.
Dit kan met behulp van bijv. een (picto-)agenda met daarop per week vermeldt de gebeurtenissen in die week. 
De periode is mede afhankelijk in hoeverre de taal en het tijdsbesef ontwikkeld is. Wij geven de voorkeur aan dit per week en maximaal per maand te doen.

Wanneer bijvoorbeeld zich een situatie op lange termijn gaat aandienen, kun je spreken in termen van: als de bloemen gaan bloeien; als de blaadjes gaan vallen; als jij jarig bent geweest; als Sinterklaas voorbij is. Dus zichtbare en/of merkbare doelen noemen.   
Ook zijn spannende tijden wanneer je als begeleiders zelf op vakantie gaat. ‘Wat gaat er gebeuren als mijn begeleider weg is? Wie vervangt hem? Komt hij wel terug?’ zijn vragen die onherroepelijk ontstaan, maar soms ook niet worden uitgesproken en alleen zichtbaar worden in het (vaak negatieve) gedrag.
Geef duidelijkheid en bevestig, wellicht ten overvloede, wie jou vervangt en wat er in jouw vakantieperiode gaat plaatsvinden en hoe dat georganiseerd is.  Ook kunnen op dit soort momenten een kaartje, een SMS-je of een mailtje op een vast afgesproken tijdstip een prima uitkomst bieden.
Laat zien dat je er bent, waar je ook bent.
Langdurige spannende tijden kunnen ook een regressie veroorzaken. Hiervoor heb je ook de ouders nodig om dit goed te leren herkennen. Met ouders samenwerken en afstemmen tijdens stressvolle periodes is zeker zinvol. Zij hebben vaak weer andere invalshoeken en tips. 

Een voorbeeld waar sprake was van regressie: Een cliënt zou gaan verhuizen. Dit werd hem te vroeg meegedeeld, daar nog niet bekend was waarheen hij zou verhuizen. Blijkbaar voelde hij aan dat er iets zou gaan gebeuren en begeleiders reageerden op een uitspraak van hem, dat in feite meer een raden bleek te zijn en uitspreken van zijn gevoelens: ‘Ga ik hier weg?’ Men ging erop in en bevestigde dat hij zou gaan verhuizen. Daar leiding niet kon vertellen waar hij naar toe zou gaan, werd hij erg onzeker. Een cliënt met een emotioneel niveau van een twee-driejarige wil weten waar hij heen gaat.
Hij voelde zich door deze te vroeg verworven kennis ook afgewezen  omdat hij de reden van de verhuizing niet begreep en sprak dit uit in termen van: ‘Men moet mij niet meer, ze sturen mij weg’. Gevoelsuitingen waar je alert op moet zijn.
Hij werd niet opgevangen. Zijn gedrag veranderde zienderogen. Hij voelde zich afgewezen en ging nog meer bevestigingen zoeken van afwijzing. Zocht ruzie en dat werd beloond met negatief gedrag van de leiding. Leiding zag niet wat zich dreigde af te spelen, wat de boodschap was achter het negatieve gedrag. En luisterde niet op de juiste wijze naar zijn signalen. Vonden hem alleen maar moeilijk en lastig. De situatie escaleerde en hij sloeg alles kort en klein. Hij kwam uiteindelijk terecht in het crisis circuit. 

De diagnose die toen gesteld werd door een psychiater, was een angstpsychose. Daarnaast trachtte men de agressie te onderdrukken door toediening van medicijnen. Deze hadden tot gevolg dat hij epilepsie aanvallen kreeg. Dat maakte hem nog onzekerder.
De regressie besloeg vele jaren. Herstel werd pas mogelijk toen zijn leven meer duidelijkheid kreeg en iedereen weer op dezelfde lijn stond en dus eenduidig handelde. 
Spannende tijden kunnen aardig voorkomen worden door de cliënt bijvoorbeeld pas kort van tevoren te informeren als er een (leuke) gebeurtenis gaat plaatsvinden.
Het zich verheugen op leuke gebeurtenissen, zoals wij dat kunnen, kunnen zij vaak niet aan en blijven veel onrust en minder gewenst gedrag veroorzaken.  

 Gehandicapt?    
‘Ze zeggen dat ik gehandicapt ben.’ Drie jaar geleden.
‘Ach, ze zijn zelf gehandicapt!’ Aldus ik. Zijn ze nou helemaal gek om dat tegen het kind te zeggen.
Ze is van ZML naar MLK gegaan, hoor. En ze heeft een ontwikkelingsachterstand opgelopen. Vind je ‘t gek dat je je dan niet leeftijdovereenkomstig gedraagt?
Moet je zien hoe goed haar motoriek is. Ja, ADHD wordt vaak genoemd, maar dat kunnen we prima hanteren. En verbaal ... goed, hoor. 
Waarom knaagt het dan toch? Kijk ik eigenlijk wel goed naar haar? Hoe zit het met mijn verwachtingspatroon? 
Ben je gek! Je moet blijven hopen en blijven verwachten. Daar heeft het kind recht op. Eruit halen wat er in zit en niet zo snel je vooroordelen klaar hebben met je zwartgallige kijk op de toekomst.  
Kijk nou es even rustig en serieus. Praat es even met andere ouders die een licht verstandelijk gehandicapt kind hebben. 
Goh ... wat veel overeenkomsten.
Stilte.  
Bij veel situaties moet ik denken aan hun verhalen. En in moeilijke tijden bel ik hen voor advies.
Oké. Ik wil wel spreken van een handicap. Licht, hè, en vooral de nadruk op de emotionele handicap.
Dan komt uit dat we kunnen spreken van een zeer ernstige hechtingsstoornis. En een licht verstandelijke handicap. En een sociale vaardigheid van anderhalf jaar oud. 
Oké,  ik ben nu zo ver dat ik zie dat ze anderen nodig zal blijven hebben om zelf overeind te kunnen blijven. Toch heb ik moeite met het woord handicap. In haar geval, waar je het niet direct ziet, zou ik eerder willen spreken van een beperking waarmee ze te leven heeft. Dat kan ik ook beter uitleggen aan mensen die het niet meteen aan haar zien en haar daardoor snel overschatten. En ik kan ook uitleggen dat wij haar beperken omdat ze anders verdrinkt.

 Verschil in gedrag
Cliënten kunnen verschillend gedrag laten zien. In de dagbesteding kunnen ze zeer aangepast zijn en gezellig. Komen zij in hun woning, dan kunnen ze zich als een soort monster openbaren waar geen land mee te bezeilen is.

Hetzelfde kan plaatsvinden tussen de begeleiders. Situaties die binnen gezinnen ook voorkomen en dan tussen de ouders. Het vraagt dus om goede onderlinge communicatie en afstemming met alle betrokkenen om te beperken dat er te snel misverstanden en vooroordelen ontstaan en uw cliënt ook de ruimte krijgt om betrokkenen tegen elkaar uit te spelen. Neem elkaar serieus. 

Voorbeeld:Een kind zit op school en is daar een ideaal kind voor de leerkrachten. Thuis openbaart het kind zich als een schreeuwend en scheldend kind met agressief gedrag en richt dit vooral op zijn moeder. Soms mogen aanwezige broers en zussen het ook ontgelden.
De vader komt thuis en het zelfde schreeuwende en scheldende kind kan ineens omschakelen en het liefste knuffelkind van vader worden. Als moeder haar verhaal doet wat ze deze dag meegemaakt heeft, kan de vader dit nog maar nauwelijks geloven.
Wanneer een kind in een woonvorm verblijft, kan dit ook plaatsvinden.
Een cliënt gaat lachend uit de groep weg om bij de ouders op bezoek te gaan en de ouders krijgen een huilend en negatief kind thuis. 

Bij de ene ouder of begeleider durft hij zich meer te laten zien, dan bij de ander, is ook een factor dat mee kan spelen.
De verleiding is groot de oorzaak bij de ander te zoeken, echter in veel gevallen ligt de oorzaak bij het kind zelf en daar vragen zij hulp bij. Een goede communicatie met betrokkenen is op deze momenten noodzakelijk om z.s.m. de sitiuatie weer te stabiliseren.  

 Regie in eigen hand 
Onze zoon tekent alleen maar vierkanten. Kaarsrecht en los uit de hand. Hiermee geeft hij in feite al onbewust aan hoe belangrijk het is grenzen te krijgen. Echter grenzen zijn er om te verleggen, ook al heb je ze nodig. 

Is er sprake van veel wantrouwen dan neemt hij veel waar en bij een toenemende onzekerheid vraagt hij voortdurend om bevestiging. Hij wil dit ook op papier bevestigd zien, ondanks dat hij niet kan lezen. Ook wil hij zijn voorwaarden bevestigd zien door het geven van een hand. Het liefst maakt hij kopieën van de voor hem geschreven stukken. Het worden kleinoden die hij te pas en te onpas wil kunnen laten zien. Kleinoden die hij meer en meer wil uitbreiden, omdat hij meer en meer wil. Mensen met gehechtheidsproblemen willen hun leven bepalen, terwijl er tegelijkertijd weinig sprake is van overzicht en inzicht. Hieirn wil de omgeving hen nog wel eens in overschatten. Het verward hen alleen maar, wanneer ze zelf teveel regie krijgen. Het geeft tevens een onveilig gevoel. Begeleiden van deze cliënten is de kunst te leren verstaan wat er nu werkelijk achter het gedrag dat ze laten zien, speelt. Het is nodig om  als begeleider de regie te  houden en hen daarbij en hun wensen te blijven respecteren. Je kan zeker rekening houden met hun wensen, alleen ben je als begeleider de beslissende en bepalende factor.
Voor buitenstaanders en ook voor je zelf voelt dit autoritair. Als je echter goed naar je cliënt kijkt, dan zie je hoe positief hij hierop reageert. Zonder de hulp van een extern geweten kunnen zij hun eigen leven niet bepalen. 

 Denken vanuit zichzelf
Veel gedrag is gericht vanuit hun ‘ík’.
In vergelijking met andere mensen met een verstandelijke beperking kunnen deze cliënten ook vrij sociaal zijn. Hun sociale vaardigheden worden ook weer gevormd vanuit hun ‘ik’.  Het maakt hen belangrijk ze krijgen er wat voor terug, er is wat te halen
.

Probeer als begeleider hier een midden in te vinden en dus positief gebruik te maken van de goede capaciteiten die ze hebben en laten zien.  Iemand pijn doen en voelen dat degene die zij pijn doen, ook pijn voelt door hun actie, kunnen ze nauwelijks invoelen. Laat je hen echter zelf die pijn ervaren, door datgene te doen, wat ze de anderen aandoen, dan is het gedrag van slaan/schoppen/knijpen goed in te perken.

Een cliënte sloeg in een woedeaanval al haar Barbie’s kapot op een steen. Ze vroeg na enkele dagen om nieuwe Barbie’s. Hier werd niet op ingegaan, maar er is getracht haar in de Barbie’s te verplaatsen en haar te vertellen dat de Barbie’s veel pijn hadden door dat zij ze kapot sloeg op een steen.
Als reactie zette ze alle poppen zoveel mogelijk weer in elkaar en beloofde dat ze het nooit meer zou doen. Ze wist zich aan deze belofte te houden! Is hier nu sprake van ‘zich verplaatsen in ’of ‘in het krijgen van’…?

Het is ook goed te weten waarom een cliënt een dergelijke actie voert. Bij dit voorbeeld bleek dat de reden dat zij de poppen kapot sloeg, jaloezie was. Ze voelde zich achtergesteld ten opzichte van een medebewoner. 

Verdriet hebben bij een overlijden van een voor hen bekend persoon, blijft soms uit. Gaat er echter een vogeltje dood waarvoor ze gezorgd hebben, dan is het verdriet er wel. Dat is soms moeilijk te accepteren.
Een ander voorbeeld is het verkrijgen van erkenning als je iets doet. Thee zetten en koekjes uitdelen leveren erkenning en iets lekkers op en is bovendien gezellig.
Helpen met eten voorbereiden en daardoor van iedereen complimentjes krijgen, voelt goed en geeft bovendien een volle buik.

Ik denk dat je als begeleider niet te veel moet beredeneren dat overal wat achter steekt, ook al is dat zo. Je moet ook kunnen leren genieten van de goede momenten, ook al is dat soms maar even.
Het zijn de kleine presentjes waar je het allemaal voor doet.    


 Hoe leer je het gedrag te begrijpen en te verstaan?
Goed afstemmen en vooral ook samenwerken met de ouders kunnen het proces  versnellen om het gedrag van de client sneller te leren begrijpen. Zij kennen hun kind meestal door en door. Neem hun verhalen serieus. Zie hen als een aanvulling van je kennis over je cliënt met gehechtheidsproblematiek.

Verder is goed leren kijken en luisteren naar het kind bijzonder belangrijk. Enige kennis van de Heijkoopmethode is goed als aanvulling op uw kennis. Zie Informatie.
Negatief gedrag heeft vaak een aanleiding, welke niet altijd direct zichtbaar is. De neiging om op negatief gedrag te reageren is groter, dan te kijken naar het waarom van het gedrag.
Door snel met elkaar af te stemmen, voorkom je dat de situatie verslechterd. Dat is voor iederen beter: dus ook voor jou en je client.

De cliënten met gehechtheidsproblematiek worden makkelijk overschat. Ondanks het soms voldoende aanwezige taalgebruik is het moeilijk hun gevoel te verwoorden. Vaak zijn er achterliggende gedachtes die je niet meteen ziet en hoort en waar je wel het topje van meekrijgt.  

Voorbeeld:
Onlangs kreeg een moeder aan het eind van een thuisbezoek een brief van haar dochter. Deze brief was geschreven met medewerking van haar leiding.
Deze dochter was verdrietig en boos, omdat ze dacht dat ze niet naar huis mocht toen een tante met haar baby voor een week op bezoek kwamen bij haar ouders. Wat echter bleek dat ze had bedacht dat ze meteen de eerste dag van het bezoek van haar tante langs mocht komen. Daar was niet met haar ouders over gesproken. Noch door hun dochter noch met de begeleiding.

Toen de moeder aan het einde van de week haar dochter belde met de vraag of ze langs wilde komen om haar tante en de baby te zien, was ze enthousiast. Ondanks dat in de eerder geschreven brief stond dat ze erover wilde praten, wilde ze dat niet meer.

Wanneer het haar broer betrof, zou het anders zijn gegaan. Hij zou niet gekomen zijn en alleen maar boos zijn gebleven. Zijn ouders zouden nog weken nodig hebben gehad om hem weer positief te krijgen.
Is hij eindelijk zover, dan krijgt hij spijt van zijn gedrag en komt terecht in een schuldgevoel vol met zelfverwijten. Dan is het zaak dit snel weer in te perken. Het houd je als begeleiders flink bezig.


  Patronen
Ik geef een voorbeeld van vaste patronen, welke zeker herkenbaar zullen zijn.

Een cliënt gaat wekelijks naar therapie. Een half uur voor vertrek staat hij al klaar. Hij drinkt thee of limonade en gaat veelvuldig naar de wc.
Bij de therapeut plast hij weer, vraagt limonade en neemt op dezelfde stoel plaats als bij andere bezoeken. Na afloop van de therapie gaat hij weer naar de wc en op weg naar huis eet hij een bakje kibbeling in de auto.
Bij thuiskomst voert hij de kippen, verzorgt de parkieten en geeft de kat en de hond eten.Hij vouwt zijn was, gaat eten en doet zijn taken in huis. 
Dit vindt iedere week plaats.

Een andere cliënt heeft moeite met afscheid nemen. Een kwartier voor het einde van een bezoek wordt hem verteld dat hij naar huis zal gaan. Hetzelfde geldt voor het slapen gaan. Begeleiders vertellen hem een kwartier van te voren dat het bedtijd is. Hij bereidt zich voor en het avondritueel gaat van start. Wordt een van deze gebeurtenissen onderbroken, dan ontstaat er een vorm van paniek.
Vaste patronen geven zekerheden.  

 Wegwerprelaties
‘De omgeving voelt zich vaak inwisselbaar. De contacten die worden aangegaan hebben een doel. Is het doel bereikt, dan verdwijnt het contact zomaar. Krijgen ze niet hun zin, dan word je afgewezen’.

Zo voelt het wel eens wanneer je met deze cliënten te maken hebt. Echter, we vinden dat je ook in het achterhoofd moet houden dat de wijze van aantrekken en afstoten ook aangeeft dat er sprake is van een vorm van vertrouwen: hun eigen wijze van zich leren hechten; een relatie durven aangaan.
Kortom: ook een positieve ontwikkeling.

  

 Vier jaar

Je werd geboren en stond alleen
Je moeder strekte haar armen niet naar je uit,
maar stootte je af.
Je isolement werd steeds groter
Je vond een manier om je staande te houden
In het diepe gat waarin je gevallen was
Licht autistisch, verstandelijk gehandicapt, zeiden ze
Maar wat kon je anders dan verstand op nul en blik op oneindig?
Er was je al teveel pijn gedaan
Wispelturig, uitdagend, schreeuwerig,
zeiden ze toen je de weekenden bij ons kwam
Bij ons had je al snel door dat je je houding niet kon handhaven
‘Jij mag niet lief zijn’, zei je toen je de derde keer kwam
Heel langzaam liet je steeds iets meer van jezelf toe
Maar je hield nog steeds alles vast en gaf niks
We vertelden van je buikpijn, maar ze zagen het niet
Waarom zwegen we zo lang?
Je liet ons je ellende zien en wij konden enkel je signalen doorgeven
Verder hoeven jullie niks, zeiden ze,
want alles was in deskundige handen
Je liet nog meer zien van het gat waarin je zat
Maar eerst kreeg je moeder nog een kans,
want daar is je thuis, zeggen ze
Kun je nog even wachten?
Je probeerde wat met mij, maar wat was dat eng
Je schreeuwde, huilde, gooide
Toen ik dacht dat we er waren, kwam je laatste zet
Je claimde me volkomen en maaide met jouw onzekerheid
Al mijn vastigheid weg
Ik twijfelde aan mezelf, aan mijn moederschap, aan mijn opvangmoederschap
Toch hoefde ik maar één ding te doen:
er voor je zijn
Ik was uitgeput en sliep slecht,voelde je pijn
Toen ineens die blik in je ogen en onbewust wist ik:
We zijn er
Je durft het!
En je signalen worden duidelijker
Je wilt niet meer terug en verwoordt het prachtig:
‘Kan ik het? Of kan ik het niet?’
Je zegt dat dit je huis is en vraagt:
‘Ik hoor bij jullie, hè?’
Het spijt me, meisje,deze laatste signalen kan ik niet doorgeven
Ze zeggen dat ik er te emotioneel bij betrokken benen volgen hun eigen procedures
Alleen wij voelen jouw pijn
en wat kan ik anders dan naast jou blijven staan
en je steeds weer helpen om eruit te kom
je steunpilaar te zijn waaraan jij je op kunt trekken? 

 

 Spoorloos?
Wanneer je oudere kinderen adopteert is het land van herkomst een onderwerp dat nooit weg is en regelmatig terugkomt. Ook de jaarlijks terugkerende foto-avond speelt hierin een rol of als we gewoon gezellig bij elkaar zijn en over vroeger praten. In feite net zoals dat in gewone gezinnen gebruikelijk is. Echter door de media en de diverse programma’s op tv kan een ander licht geworpen worden op dit praten over het verleden. 

Onze jongste dochter vertelde dat ze geïrriteerd was toen een vrouw waarmee ze samenwerkte, vroeg of zij niet terug wilde naar haar land om haar ouders te zoeken. ‘Iedereen wilde toch gaan zoeken’, was de mening van de vragen stelster. En dat irriteerde haar: ‘Mam, ik wil helemaal niet gaan zoeken, ik heb het goed naar mijn zin en geen behoefte om te gaan zoeken. Ik hoef toch niet te gaan zoeken?’
Onze zoon Juan was negen en net een jaar bij ons, hij  vroeg aan mij: ‘Mam, wanneer gaan we weer eens even kijken in Colombia. Even om een hoekje hoe alles daar is en of die en die nog in het tehuis wonen’. Maar tegelijkertijd voegde hij eraan toe: ‘Mam, als we gaan, dan gaan jullie ook mee, en mijn klas (school) en oma en onze vrienden’. Zijn vraag werd meteen ingedekt als een vorm van garantie: ‘Ik kom weer terug, want jullie gaan ook weer terug en ik reis samen met jullie en daar hoor ik gewoon bij’. Deze ervaring hoorde ik ook van ouders die als gezin naar een land gingen om een nieuw kindje op te halen, waarbij het al aanwezige kind dacht: ‘Ik word terug gebracht, ze laten mij achter’.

spoorloosEnkele jaren gelden hadden wij buren die zich tot de grappenmakers rekenden en bij wijze van grap tegen Juan gezegd hebben: ‘Als je niet lief bent, zetten je ouders je op het vliegtuig en ga je weer terug’. Een grap die Juan nog niet begrijpen kon gezien zijn verstandelijke handicap. Hij werd somber en stil. Pas door toeval kregen wij dit later te horen. Gevoelens van wegsturen en afgewezen worden zijn diep gewortelde angsten, die moeilijk weg te praten zijn en als een rode draad door hun verdere leven is blijven lopen. Dergelijke grappen passen hier niet in.Juan is nu volwassen en richt zich alleen op het hier en nu en vooral zijn zekerheden. Hij is goed aan ons gehecht. Zijn geboorteland is nooit weg, maar verdwijnt wel meer op de achtergrond. Vragen naar zijn moeder, komen nog maar zelden voor. Echter wanneer zijn omgeving voor hem onveilig is, dan komen de oude herinneringen in alle hevigheid terug. Hij roept dan soms hard om zijn moeder en benoemt tegelijkertijd in wat ‘voor hel hij leeft’. Los van zijn emotionele niveau, hopen wij niet dat juist dan iemand op zijn vraag in zal gaan en actie gaat nemen zonder ons daarvan in kennis te stellen.   Onze  dochter is nu volwassen en heeft een gemiddeld niveau. Zij heeft altijd omtrekkende bewegingen gemaakt wanneer haar land ter sprake kwam. Toen ze op haar 20e met het plan kwam om vakantiewerk te doen in Bolivia en daar de taal te leren, moedigden we dit aan. Ze werd boos, want wat later bleek, het was niet de bedoeling dat ze gestimuleerd werd in deze gedachtegang, maar dat ze wilde kijken hoe wij zouden reageren. Nu ze weer wat ouder is komt het onderwerp opnieuw aan de orde. Deels ingegeven door haar vriendinnen die hun geboorteland wel bezocht hebben. We wachten rustig af. Haar zus heeft een andere oplossing gevonden. Zij zegt:’Als ik dood ga, ga ik naar de hemel en dan zie ik mijn moeder en dan kunnen we samen gaan praten en dan zie ik ook meteen Anne, Joris en opa en dan kan ik ook met hen praten. Dat kan wel gezellig worden’.  Kortom:   Ik wil hiermee aangeven dat tussen praten over en werkelijk doen wel grote verschillen kunnen zitten. Dat er ook sprake kan zijn van het afgeven van andere signalen;
‘Ik zit in nood, ik voel mij onveilig!’
Wij raden aan om altijd in overleg te gaan met de ouders/ vertegenwoordigers en af te stemmen hoe verder te handelen wanneer signalen blijven aanhouden. Ook hier geldt leren te verstaan wat de cliënt werkelijk bedoelt.