kop1

Gehechtheid

ban6

Gehechtheid is de affectieve band van een kind met een opvoeder met wie het kind regelmatig omgaat en aan wie het troost ontleent in tijden van angst en spanning.

Over gehechtheid is veel geschreven en er is ook al veel onderzocht. Hiervoor wil ik u verwijzen naar de diverse boeken en websites welke eenvoudig te vinden zijn door de trefwoorden 'gehechtheidstheorie', 'hechtingstheorie'  'gehechtheid',  ‘hechting'hechtingsproblemen' ‘hechtingsstoornis' te gebruiken.

Met het gegeven dat er zoveel geschreven en al onderzocht is en over de gehechtheid gesproken wordt, ontstaat er meteen ook een risico. Het risico dat er te snel conclusies getrokken worden. Conclusies getrokken worden zonder dat er een diagnose is gesteld en  een kind te snel 'gelabeld' wordt. Een goede diagnose laten stellen wanneer er een vermoeden is van gehechtheidsproblemen of anders, is wenselijk.  

Hieronder leest u de percentages en een korte omschrijving die van toepassing zijn bij de vier vormen van gehechtheid. Het zijn percentages die een algemeen beeld geven en niet gericht zijn op bepaalde doelgroepen.

Veilige gehechtheid

60/70 %

Onveilig afwerend/ ambivalent gehecht

10 %

Onveilig gehecht

20 %

Gedesorganiseerd gehecht

15 %


Typen gehechtheidsrelaties
(citaat uit boek: Inveilig gehecht of een hechtingstoornis)

hartType A: angstig-vermijdend gehecht.hechting1 Het kind heeft geen vertrouwen in de beschikbaarheid van de hechtingsfiguur en probeert zo veel mogelijk contact te vermijden, zelfs als het stress ervaart. Het gevoel van veiligheid en geborgenheid wordt zoveel mogelijk bewerkstelligd door aandacht voor gehechtheid te vermijden en gevoelens te neutraliseren.

 

 


 Type B: veilig gehecht.hechting4

Het kind heeft vertrouwen in de beschikbaarheid van de hechtingsfiguur in tijden van stress en handhaaft het contact zolang het nog niet gerustgesteld is. Het is goed in staat de gehechtheidsfiguur te gebruiken om een gevoel van veiligheid en geborgenheid te bewerkstelligen.

 

 

 Type C: angstig-afwerend/ambivalent gehecht.hechting5
Het kind is onzeker (ambivalent) over de beschikbaarheid van de hechtingsfiguur en is boos en huilt veel, zelfs in de nabijheid van de hechtingsfiguur. Het zoekt soms op een passieve, ‘zielige’ manier contact. Dit kind is voortdurend bezig met de
beschikbaarheid en aanwezigheid van de gehechtheidsfiguur.
 

 


 Type D: gedesorganiseerd/gedesoriënteerd gehecht.hechting3

Het kind vertoont geen coherent hechtingspatroon, dat wil zeggen het gehechtheidsgedrag is op cruciale momenten niet te verenigen met één van de georganiseerde gehechtheidstrategieën (veilig, vermijdend, afwerend). Dat kan zich uiten in chaotisch, tegenstrijdig, bizar en angstig gehechtheidsgedrag in de aanwezigheid van de hechtingsfiguur.

 

 

Voor verder informatie verwijzen wij u naar het boek: Onveilig gehecht of een hechtingsstoornis.
Dit boek is gratis te downloaden:Onveilig gehecht of hechtingstoornis?. Het hiernavolgende boek heet: Signaleren van verstoord gehechtheidsgedrag.van Francien Dekker- van der Sande en Cees Jansen. 

In het boek Onveilig gehecht of hechtingsstoornis wordt ingegaan op de vraag of gehechtheid ook mogelijk is bij mensen met een verstandelijke beperking en ook of er gehechtheid mogelijk is wanneer een kind naar een zorginstelling gaat en te maken krijgt met wisselende begeleiders.



 Onderstaand  een citaat uit dit boek opgesteld door dr. Lex Wijnroks van de Universiteit Utrecht.

De kwaliteit van de hechting bij kinderen met een ontwikkelingsstoornis of verstandelijke beperking.
Er is tot nog toe weinig onderzoek gedaan naar de hechtingsontwikkeling van kinderen met een ontwikkelingstoornis of verstandelijke beperking. De vraag of deze kinderen een even grote kans hebben op het ontwikkelen van een veilige gehechtheidsrelatie is dus nog niet eenduidig te beantwoorden. De gepubliceerde studies beperken zich tot kinderen met een autistische stoornis (Rutgers, Bakermans-Kranenburg, Van IJzendoorn & Van Berckelaer-Onnes, 2005; Wijnroks, 2004) en kinderen met het syndroom van Down (Vaughn, Goldberg, Atkinson & Marcovitch, 1994).

Een autistische stoornis is lange tijd beschreven als een gebrek aan vermogen om normaal gehechtheidsgedrag te vertonen vanwege de beperkingen in de sociale 3kind.r.interacties en communicatie. Onderzoek toont echter aan dat kinderen met een autistische stoornis gehechtheidsgedrag kunnen laten zien; zij maken onderscheid tussen de primaire verzorgers en vreemden en vertonen meer sociaal gedrag ten opzichte van de ouders/verzorgers dan van de vreemden. Bovendien reageren deze kinderen net als normaal begaafde kinderen met contact zoeken als zij kortstondig gescheiden zijn geweest van hun ouder/verzorger. De resultaten uit onderzoek bij kinderen met het syndroom van Down laten een vergelijkbaar beeld zien. Dit gegeven toont eens te meer aan hoe sterk het vermogen te hechten biologisch verankerd ligt in de ontwikkeling van elk kind. Ongeveer de helft van deze kinderen ontwikkelt een veilige gehechtheidrelatie. Dat is weliswaar lager dan het percentage dat we vinden bij niet-klinische populaties, maar hierbij moet worden aangetekend dat kinderen met een autistische stoornis èn een verstandelijke beperking het laagste percentage veilige gehechtheidsrelaties laten zien en kinderen met uitsluitend een autistische stoornis in dit opzicht niet verschillen van normaal begaafde kinderen. We kunnen dus voorlopig concluderen dat kinderen met een autistische stoornis en/of verstandelijke beperking veilige gehechtheidsrelaties met hun ouders/verzorgers kunnen ontwikkelen'. Einde citaat.

Een kind een veilige basis meegeven, zodat het kind zich veilig kan hechten, vraagt veel investering en zorg van de ouders/ verzorgers.
Een kind met een verstandelijke beperking dezelfde veilige basis geven, vraagt nog meer van de ouders, maar ook van de begeleiders. Het voorgaande citaat geeft aan dat ook kinderen met een verstandelijke beperking zich veilig kunnen (leren) hechten.
Onderzoeken bevestigen dat een goede gehechtheid ook nog op latere leeftijd gerealiseerd kan worden. (Zie hoofdstuk: onderzoeken). Hiervoor gelden wel diverse voorwaarden, zoals:

  • De ouder of verzorger moet ondemeer sensitief zijn. 
    Hierdoor is hij in staat de signalen van het kind op te vangen, waar te nemen en hierop te reageren.
  • De omgeving moet stabiel en veilig zijn.
    D.w.z. wisselende situaties zoveel mogelijk beperken, w.o.verhuizingen; veranderingen van dagprogramma;  wisselende  begeleiders en bewoners enzovoort.
  • Werken met het bieden van veel duidelijkheid
  • Voldoende kennis van zaken hebben
  • Anders leren kijken en actief leren luisteren naar  het kind.
  • Leren begrijpen wat hij met zijn gedrag werkelijk bedoelt.
    Negatief gedrag, allevriendjesgedrag,  wervend gedrag, uitspelen  e.a.  hebben vaak een achterliggende betekenis en/of kunnen passen  bij zijn emotionele ontwikkeling.
  • Kunnen communiceren met alle betrokken. 
    Werken met de Driehoek: client/ ouders/begeleiders
  • e.a.

Voorgaande vraagt  om aanpassingen binnen de zorg; een nieuwe vorm van samenwerken, leren werken met de driehoek (alle betrokkenen) en communiceren; goed op elkaar leren afstemmen en van elkaar willen leren. Het kan allemaal. De praktijk leert al dat deze voorwaarden ook binnen de zorg mogelijk zijn.

Zie ook de menu's:

 Voorbeelden van ouders:

Er is voor onze dochter een vaste begeleidster aangesteld en bij diens afwezigheid vervangt de ‘schaduw' begeleidster haar. De ‘schaduw' is bekend met de wijze van opvang, welke de vaste begeleidster voor haar op papier heeft gezet. Dit formulier wordt per maand bijgesteld, omdat situaties die onze dochter betreffen,wel eens veranderen, zoals haar gedrag. Soms moeten de lijntjes wat korter worden en een andere keer kan er weer sprake zijn van meer gecontroleerde ruimte. Onze dochter weet dus altijd naar wie zij toe moet gaan als zij iets wil bespreken. Is één van beiden er niet, dan zal zij even moeten wachten. Dat is soms moeilijk voor haar.

verhaal3De groep waar onze dochter kind woont is klein en bestaat uit vijf medebewoners. Er vinden weinig verhuizingen plaats. Het team begeleiders is klein en overzichtelijk en voldoet in vele opzichten aan de voorwaarden zoals we dat voor ons kind bedacht hadden en rekening houdend met haar eigen wensen .( Zie menu Voor Ouders: wonen en begeleiden). De meeste begeleiders blijven lang werkzaam in deze groep. Dit in tegenstelling tot de vorige groep waar onze dochter verbleef en waar wisseling van het personeel een grote regelmaat was.
Daarnaast is de communicatie met ons open en goed. Men neemt ons serieus en wanneer wij zaken signaleren die ons kind aangaan, reageert men positief en gaan ze ermee aan de slag. Het valt ons op dat ons kind ook een relatie aangegaan is met haar vaste begeleider. Wij zijn iedere keer weer verrast hoe zij zich blijft ontwikkelen.

 'Waarom komen er steeds weer andere begeleiders' riep onze zoon met tranen in zijn ogen, toen de 18e begeleider die week zich in zijn woning aankondigde. ' Ik ken jullie niet, dus wil ik niet met jullie praten. Waar zijn al die anderen gebleven, die ik vertrouwde en waar ik mij veilig bij voelde? Ik wil weer bij jullie wonen,mam, want dan weet ik waar ik aan toe ben. Jullie zijn tenminste duidelijk. Deze mensen kennen mij niet en ze doen maar en ze houden zich niet aan de afspraken. Ze willen alleen maar buiten zitten en roken'. 

Voorgaande is een triest voorbeeld die niet op zichzelf staat. Ook wij zien door de bomen het bos niet meer, wanneer we weer voor de zoveelste keer een nieuw gezicht zien of een stem horen. Onze zoon is teruggegaan door zijn oude overlevingsmechanisme weer toe te gaan passen. Elke begeleider moet worden afgetast in wat zijn of haar grenzen zijn. Er wordt teveel met hem gepraat, zijn gedrag verandert. Deuren worden gesloten. Hij geeft het zelf aan 'ik voel me niet meer veilig' en  loopt keer op keer weg van de plek die zijn veilig thuis zou moeten zijn. Wil daar ook niet meer slapen en kiest voor plaatsen die in feite nog onveiliger zijn, maar niet op slot kunnen. Nog meer oude trauma's worden getriggerd en dagelijks komen er nieuwe bij. Het vertrouwen in de ander is weg. Hoe kan je nog leren vertrouwen met zoveel wisselende mensen? Zij gaan toch weer weg. De vraag is nu ook, of  herstel rondom de gehechtheid nog wel mogelijk is. Wie luistert er nu echt naar hem en begrijpt de vele signalen die hij afgegeven heeft en nog afgeeft ?

 'Ondanks dat er afspraken staan in het zorgplan, worden deze genegeerd. Wat heeft het voor zin om een dergelijk plan dan op te stellen, wanneer ze niet nageleefd worden? ' vertelde een vader aan mij. 'Ik ben ook nog curator! Weten ze wel wat dat inhoudt?' vervolgde hij. 'Ze doen maar, overleggen niets met mij. Is dit nu samenwerken met elkaar?  Er valt  een korte stilte. 'En wat nog het ergste is, ons kind zien we nauwelijks meer en als hij komt is hij net een opgejaagd dier met zijn verwilderde blik. We kennen hem niet meer terug'. Het verhaal gaat zo nog een tijd door. 

Het is een voorbeeld waar veel onnodig leed is ontstaan en waar werken met alle betrokken noodzaak is, zodat de zorg voor het kind van deze vader weer op orde komt. 
 


 Expert-meetings.

Expertmeetings over gehechtheidsproblematiek in combinatie met de verstandelijke beperking. 

Als een adoptie- of pleegkind gedragsproblemen vertoont, is het vaak in eerste instantie moeilijk in te schatten waar deze gedragsproblemen uit voortkomen. Veel kinderen starten in hun adoptie- of pleeggezin met een achtergrond van ontwikkelingsachterstanden, verwaarlozing en één of meer traumatische scheidingen.
Wanneer gedragsproblematiek zich openbaart is het voor de behandeling van wezenlijk belang dat er een goede differentiaal diagnostiek gepleegd wordt, waarbij een inschatting gemaakt wordt of er sprake is van ontwikkelingsachterstand, ADHD, autisme, gehechtheidsproblematiek en/of verstandelijke beperking. Wanneer er sprake is van een combinatie van gehechtheidsproblematiek en een andere problematiek is de vraag hoe deze kinderen het meest adequaat behandeld kunnen worden. 
Vanuit Atrium en het ADOC (Adoptie Driehoek Onderzoeks Centrum) wordt een leemte gesignaleerd in praktijkgerichte kennis rond de diagnostiek van gehechtheidsproblematiek. Daarom organiseren zij in samenwerking met de SAV (Stichting Adoptie Voorzieningen) twee expertmeetings, waar genodigde deskundigen uit het veld dit thema bediscussiëren.
De eerste bijeenkomst heeft plaats gevonden en was gericht op de diagnostiek.
Een vervolg op deze bijeenkomst is helaas niet meer gerealiseerd, ondanks dat de noodzaak ervan wel gezien is.  




 Documentatie:


Hechting, basisveiligheid, basisvertrouwen. Begeleiding en behandeling.
S. Zaal, M. Boerhave, M. Koster.
Gratis te downloaden: http://www.klik.org/images/stories/Hechting.pdf


A.R.G.O.S.-methodiek. Handvatten voor de begeleiding van personen met een hechtingsstoornis en een lichte verstandelijke beperking.
Matthijs Heijstek en Henri Koelewijn (orthopedagogen, Amerpoort: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..  Download  


Traumabehandeling bij kinderen met een verstandelijke beperking.
Projectleiders: dr. Cristel Elias, drs. Gepke Bouma, drs. Aafke Seebregts, dr. Petra Swennenhuis.
www.lvb-traumabehandeling.nl


Gehecht aan goede relaties: de betekenis van gehechtheid en goede relaties voor verstandelijk gehandicapte mensen.
C.J.M. Lindner-Middendorp, L.P.T. Raijmakers, D.A. Flikweert,R.F.B. Geus, M. Bleeksma,
ISBN 90 23229215. Van Gorcum, Dekker & van de Vegt, 1994.  VIII, 76 p.   Congresbundel NVO, NGBZ, NIP. - Met samenv. in het Engels. - Met lit.opg., graf., tab.


The organization of attachment relationships: Mature, Culture and Context. Cambridge.
P.M. Crittenden, A.H. Claussen
ISBN -10: 0521533465 | ISBN-13: 9780521533461. Uitgever: Cambridge University Press/2003


Handbook of attachement. Theory, research and clinical applications.
J. Cassidy en P.R. Shaver
Uitgave: New York: The Guilford Press/1999


Attachment and Development.
S. Goldberg
0340731710. Uitgever: Londen: Arnold/2000/copublicatie door de Oxford University, New York.


Gedragsproblemen, gehechtheidproblemen en psychologische stress.
Uitgave:  NTZ, jaargang 28, nummer 1, maart 2002.


Ontwikkeling onder druk:dynamiek en behandeling van gehechtheidsproblemen bij kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking.
Erik de Belie en Geert van Hove.


The effect of an attachment-based behaviour therapy for children with visual and severe intellectual disabilities.
P.S. Sterkenburg, C. Schuengel, C.G.C. Janssen
www.blackwell-synergy.com/toc/jar/0/0


Developing a therapeutic relationship with a blind client with a severe intellectual disability and persistent challenging behaviour. 
P.S. Sterkenburg, C. Schuengel, C.G.C. Janssen
http://www.informaworld.com/smpp/content~content=a781871518~db=all~order=pubdate


Hechting in adoptiegezinnen is niet vanzelfsprekend.
Marion van Olst. Vakblad Vroeg, nr.1 2013.(www.vakbladvroeg.nl)


Voor meer informatie, zie ook menu: Boeken

 Onderzoeken en afstudeerartikelen:

Hoe hechten kinderen zich aan pleegouders.
Dr. M. Oosterman/ 2006/ Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Gehechtheid bij jonge kinderen met verhoogd risico voor autisme.
Dr. A.H. Rutgers/ 2006/ Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Gehechtheid en steun: de ouder-kindrelatie gedurende de levensloop.
Drs. E.M. Merz/2004/ Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Hechting bij kinderen met een autistische stoornis en een verstandelijke handicap.
Dr. A. Wijnroks/ 2003/ Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Verstoorde gehechtheid en de regulatie van emoties.
Prof. dr. C. Schuengel/ Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Ontwikkeling van de leergang psychotherapeutische behandeling vanuit op de gehechtheidstheorie gebaseerde gedragstherapie. 
Dr. P.S. Sterkenburg/ Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Gedragsproblemen bij mensen met een verstandelijke handicap.
Dr. Y.M. Dijkxhoorn/ 2003 


Gehechtheid bij kinderen met down's syndroom. 
M.H. van IJzendoorn/ www.openaccess.leidenuniv.nl/


Het adopteren van een kind met een beperking vraagt speciale ondersteuning.
Afstudeerartikel voor de opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening aan de Christelijke Hogeschool Ede.
Ellen van Wilpen-van Dijk/2010. Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. / afstudeerartikel


Stressreactie en coping: Het verschil tussen mensen met een lichte - matige verstandelijke beperking met en zonder hechtingsproblemen/2009.
A.A.H. Renshof: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Hechting en langdurige uithuisplaatsing.
Verslag discussiebijeenkomst.
C. Bartelink; M. van der Steege. - Utrecht:
Nederlands Jeugdinstituut (NJi), 2012.
www.nji.nl : trefwoorden hechting, gehechtheid en uithuisplaatsing


Trauma-georiënteerde hulp voor kinderen met complex trauma in gezinsvervangende woonsituaties
Kennisdocument voor professionals in pleegzorg, gezinshuizen en residentiële woonvormen.
Flora van Grinsven (Kinder- en Jeugd Traumacentrum) , Josine Holdorp (Nederlands Jeugdinstituut)
NJI


Gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek naar de effecten van Parent-Child Interaction Therapy (PCIT) versus Gezins-Creatieve Therapie (GCT) voor jonge kinderen met gedragsproblemen en hun ouders.
Prof.dr. M. Junger/ 2013
ZONMW


Omgaan met gehechtheidsproblemen bij kinderen met een verstandelijke beperking.. Paula Sterkenburg en Francien Dekker


Gehechtheid is biologisch ingekaderd.
Dr. Fabienee Naber
Artikel Blik op hulp/2015


 DVD's 

Gehechtheid.
Een psychotherapeutische behandeling. DVD met handleiding door Paula Sterkenburg.
De film is gemaakt door Jan IJzerman. 
Te bestellen: www.bartimeus.nl. Telefoon 0900 7788899.


Opbouwen van een gehechtheidsrelatie.
Leren communiceren bij ernstig meervoudig beperkte mensen is een DVD van Paula Sterkenburg, Marlou de Jong en Jan IJzerman.
De film is gemaakt door Jan IJzerman. 
Te bestellen: www.bartimeus.nl. Telefoon 0900 7788899.  
http://www.youtube.com/watch?v=cW2BfxsWguc


 Powerpoint

 

 Sites

www.scholar.google.com
Site met wetenschappelijke artikelen


Adoptionresearch
Het ADOC is een digitaal wetenschappelijk onderzoekscentrum, gericht op onderzoek naar de effecten van adoptie of pleegzorg (indien gerelateerd aan adoptie) op de geadopteerde, de adoptieouders en de afstandsouders.
Het ADOC is gevestigd aan de Universiteit Leiden bij de Afdeling Algemene en Gezinspedagogiek in de directe nabijheid van de leerstoel Studie van Adoptie.


Ack.vu.
Het Amsterdams Centrum voor Kinderstudies (ACK) is een instituut voor interdisciplinair onderzoek waarin wordt samengewerkt door drie faculteiten van de Vrije Universiteit, te weten de Faculteit der Psychologie en Pedagogiek, de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en de Faculteit der Geneeskunde.


Vu.
Onderzoek en scholing


Nji
Informatie gehechtheid


Onderzoekinformatie

Knaw NOD ( Nederlands onderzoek databank)